Groeistoornissen (dwerggroei en reuzengroei) |
|
Inleiding
Wij groeien vanaf onze conceptie tot we volwassen zijn. Groei betekent dat we langer en/of zwaarder worden. Blijven we in groei erg achter, dan is er sprake van dwerggroei. Groeien we daarentegen juist abnormaal hard, dan gaat het om reuzengroei (acromegalie).
Groeifactoren
Een normale groei wordt gedeeltelijk genetisch bepaald door factoren als ras en eigenschappen van de ouders, zoals hun lengte. Daarnaast wordt de groei ook beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals voeding en hormonale invloeden. Ook factoren als verwondingen, chronische ziektes en infecties beïnvloeden de groei. Wijkt de groei af van normaal, dan hebben we het over een groeistoornis.
Een groeistoornis is aangeboren (congenitaal) als die al direct bij de geboorte aanwezig is. Er zijn vele aangeboren afwijkingen die een verstoring van de normale groei kunnen veroorzaken. Groeistoornissen kunnen zich ook in een later stadium voordoen in de vorm van een vertraagde of versnelde groei. Deze afwijkende groeipatronen kunnen tijdelijk zijn of permanent, afhankelijk van de onderliggende oorzaak. Ze kunnen leiden tot kleine en grote veranderingen in het uiterlijk of het groeipatroon op de korte of lange termijn.
Dwerggroei
Een van de meest voorkomende oorzaken van dwerggroei is een stoornis in de hypofyse. De hypofyse is een klier in de schedel, die een rol speelt bij de productie van verschillende hormonen, waaronder groeihormonen. Bij hypofysaire dwerggroei is het kind kort van gestalte maar zijn de verhoudingen normaal. De vertraagde groei wordt al direct in het eerste levensjaar duidelijk en zet zich voort tijdens de kindertijd. Normale veranderingen tijdens de puberteit zoals het dieper worden van de stem, de ontwikkeling van borsten bij vrouwen en de groei van lichaamsbeharing kunnen zich vertraagd of helemaal niet voordoen. Andere oorzaken van een klein postuur zijn afwijkingen in de ontwikkeling tijdens de zwangerschap, voedingstekorten en achondroplasie (een groeistoornis van het bot). Een tekort aan thyroxine (een hormoon dat door de schildklier in de hals wordt afgescheiden) veroorzaakt ook een kort postuur.
Reuzengroei (gigantisme)
Bij gigantisme veroorzaakt een overmatige productie van groeihormonen in de periode waarin de botten nog groeien, een abnormaal sterke groei. Mensen met reuzengroei zijn dus uitzonderlijk lang. Als deze aandoening zich voordoet bij volwassenen nadat de lange botten zijn gestopt met groeien, leidt dit tot acromegalie. Deze aandoening worden in het algemeen veroorzaakt door een tumor in de hypofyse. Kenmerken zijn onder meer grove gelaatstrekken, een uitstekende onderkaak, een diepe stem, vergrote lippen en neus en een zware lichaamsbeharing. Andere kenmerken kunnen zijn: gezwollen handen en voeten, gewrichtspijn, vergroting van het hart en andere organen. Bij een hypofysetumor kunnen ook andere hormonale stoornissen optreden.
Diagnose
Meestal worden, door middel van bloedonderzoek, de groeihormoonniveaus bepaald. Bij aandoeningen als acromegalie worden aanvullende onderzoeken gedaan, zoals CT-scans (computertomografie) en MRI-scans (magnetische kernspinresonantie) van het hoofd.
Behandeling
De behandeling hangt af van de aandoening en de ernst ervan. Bij dwerggroei door een tekort aan groeihormonen, kan een synthetisch groeihormoon een normale groei bewerkstelligen. Als acromegalie wordt veroorzaakt door een tumor in de hypofyse, kan deze operatief worden verwijderd of bestraald. In sommige gevallen kan de overmatige groeihormoonproductie worden tegengegaan met medicijnen.
Meer informatie
Uitgebreide informatie over groeistoornissen van de Belangenvereniging Van Kleine Mensen
Informatie van de Nederlandse Vereniging voor Groeihormoondeficiëntie en Groeihormoonbehandeling
Informatie van de Klub Lange Mensen (KLM)
(Engels) Informatie van de National Library of Medicine over groeistoornissen (USA)
Drury, P.L., and Howlett, T.A., 1999. Endocrinology. In: P. Kumar & M. Clark, eds. Clinical medicine. 4th ed. London: Harcourt Publishers, 1999.
Edwards, C.R.W., Toft, A.D. and Walker, B.R., 1999. Endocrine disease. In: C. Haslett, E.R. Chilvers, J.A. Hunter & N.A. Boon, eds. Davidson’s principles and practice of medicine. 18th ed. London: Harcourt Publishers, 1999.
| Bron: LSHTM | Copyright: Medic Info | Datum: 08/05/2007 |


