Gezond leven
 
Levensfase
 
Medisch
 
Spreekuur
 
SlapenReizenVoedingMentaal fitBewegen en gezondheidAlternatieve geneeswijzenArbeid en gezondheidGezond gebitRoken, alcohol en drugsZwangerschapBaby'sKinderenJongerenVrouwenMannenSeniorenChronische ziektesHart - en vaatziektesMedische encyclopediePsychische AandoeningenGeneesmiddelenatlasBorstkankerAfasieArtroseAstmaDementieDepressieDiabetesHoge bloeddrukHoofdpijnIncontinentieLeven met een chronische ziekteMantelzorgRugpijnSporten met een beperkingVoedselallergieVraag het de deskundigeGa ik hiermee naar de dokter?Symptomen ScanHet virtuele consultatiebureau
 

Allergietesten

Tell a friendPagina afdrukken
 

Inleiding

Allergietesten worden uitgevoerd om te onderzoeken of sprake is van overgevoeligheid voor bepaalde stoffen die een allergische reactie opwekken. Dergelijke stoffen worden allergenen genoemd. Een allergietest kan bestaan uit bloedonderzoek, zoals de radioallergosorbent test (RAST), en uit huidpriktesten (intracutane testen). Een RAST wordt uitgevoerd om in het bloed een specifieke stof die door het afweersysteem wordt gemaakt als reactie op allergenen, de zogeheten immunoglobuline-E-antilichamen (IgE-antilichamen), aan te tonen. Een huidtest is een gevoelige allergietest waarbij het verdachte allergeen in de huid wordt geïnjecteerd. Een bloedonderzoek wordt uitgevoerd wanneer huidtesten niet doorslaggevend zijn of niet kunnen worden uitgevoerd.

Voorbereiding

Voorbereidingen voor allergietesten omvat het verzamelen van informatie over de medische en familiaire voorgeschiedenis, het geneesmiddelengebruik en eventuele allergieën. Vervolgens wordt een lichamelijk onderzoek uitgevoerd om de mogelijke uitlokkende allergenen vast te stellen en te bepalen welk type allergietest moet worden uitgevoerd. Tenslotte worden de bijzonderheden, risico’s en complicaties van de allergietest worden besproken.

Uitvoering

De huidkrastest of huidpriktest is een van de meest toegepaste onderzoeken. Hierbij wordt een kleine hoeveelheid van de stof waarvan wordt vermoed dat deze een allergie veroorzaakt (het allergeen) op de huid aangebracht. Dit gebeurt meestal op de bovenarm, onderarm of rug. Het allergeen komt vervolgens onder het huidoppervlak terecht door in de huid te krassen of te prikken. Vervolgens wordt er gekeken of er een reactie, zoals zwelling of roodheid van de aanbrengplaats, optreedt. De resultaten worden meestal binnen twintig minuten waargenomen en er kunnen diverse verdachte allergenen tegelijk worden getest. Een andere mogelijkheid bij huidtesten is om met een speciale injectiespuit met een dunne naald een zeer kleine hoeveelheid van het allergeen in de huid te brengen. Na reiniging van de huid worden eerst de onderzoeksplaatsen gemarkeerd met een code om aan te geven waar de naald moet worden ingebracht. Deze plaatsen moeten op voldoende afstand van elkaar liggen om de afzonderlijke reacties te kunnen vaststellen. Vervolgens wordt de naald onder een hoek in het strakgetrokken huidoppervlak ingebracht. De punt van de naald wordt tussen de huidlagen gebracht en de allergeenoplossing wordt ingespoten. Er worden meerdere testen tegelijk uitgevoerd en na enkele minuten worden de onderzoeksplaatsen beoordeeld. De reacties zijn meestal na vijftien minuten duidelijk, soms duurt het langer. Er wordt gekeken of er een reactie is opgetreden, zoals duidelijke zwelling of roodheid. Als er geen duidelijke huidreactie optreedt, worden de huidtesten herhaald met een hogere concentratie van het allergeen. Als er een positieve reactie optreedt, wordt de huidtest herhaald met een lagere concentratie totdat een negatief resultaat wordt verkregen.
Voor de RAST wordt, nadat bepaalde allergenen zijn toegediend, uit een ader een bloedmonster afgenomen. Dit bloedmonster wordt vervolgens naar het laboratorium gestuurd om de spiegel te bepalen van de voor de diverse geïnjecteerde allergenen specifieke IgE-antilichamen. Er worden vaak specifieke IgE-antilichamen tegen verschillende allergenen gevonden, zoals huisstofmijt, inhalatieallergenen, noten en andere voedingsmiddelen.

Noodzaak

Huidtesten worden uitgevoerd wanneer, op basis van de klinische kenmerken, het vermoeden bestaat dat de aandoening door een allergische reactie wordt veroorzaakt. Huidtesten waarbij een allergeen in de huid wordt gespoten zijn gevoeliger dan de huidpriktest en worden uitgevoerd wanneer deze laatste negatief is.
Met een RAST kan worden vastgesteld of sprake is van een allergie voor specifieke allergenen, zoals huisstofmijt, pollen, noten, eieren, schaal- en schelpdieren, soja en tarwe. Een RAST kan tevens worden uitgevoerd wanneer er verschijnselen zijn van netelroos ,eczeem en astma. De RAST wordt uitgevoerd wanneer huidtesten niet kunnen worden uitgevoerd en om de behandeling van allergische aandoeningen te controleren.

Resultaten

Allergietesten worden bij diverse aandoeningen uitgevoerd om te achterhalen welke specifieke stof de allergie veroorzaakt. Een reactie op een huidtest is positief wanneer bij de injectieplaats zwelling of roodheid optreedt. Een positieve huidtest duidt erop dat de betreffende persoon allergisch is voor een bepaald allergeen. De door huidtesten verkregen resultaten zijn door allerlei factoren niet altijd betrouwbaar. Zo is de concentratie van het allergeen een belangrijke factor, deze kan per allergeen en per persoon verschillen. Wanneer iemand eenmaal allergisch is voor een bepaalde stof dan kan daaropvolgende blootstelling, zelfs aan verdunde concentraties van deze stof, een allergische reactie uitlokken. Als het allergeen per ongeluk wordt geïnjecteerd in de weefsels onder de huid, in het onderhuids bindweefsel, in plaats van tussen de lagen van de huid, wordt vaak een foutieve uitslag verkregen.
Een negatieve RAST geeft aan dat er geen IgE-antilichamen worden gemaakt tegen het allergeen in kwestie. Er kan echter wel een allergische reactie optreden ondanks het feit dat RAST negatief is. Een positieve RAST geeft vaak aan dat de persoon allergisch is voor het geteste allergeen. Bij blootstelling aan het uitlokkende allergeen hoeft echter niet altijd een allergische reactie op te treden en ook de concentratie van IgE-antilichamen geeft niet altijd de ernst van de allergische reactie weer. Een allergie kan worden bevestigd door resultaten die worden verkregen met andere bloedonderzoeken zoals bepaling van de totale IgE-antilichaamconcentratie, een volledig bloedbeeld en een differentiële wittebloedceltelling.

Complicaties

Voor RAST moet bloed worden afgenomen en onderzocht. Bijwerkingen van bloedafname zijn onder meer lichte pijn en bloeding op de plaats van de prik. Zeldzame complicaties zijn infectie en ontsteking van de huid of een ader in het gebied van de prik. Deze bijwerkingen en complicaties zijn niet ernstig en eenvoudig te behandelen. Voorzichtigheid is geboden in geval van bloedonderzoek bij stollingsstoornissen omdat deze kunnen leiden tot veel of langdurig bloedverlies. In geval van huidtesten waarbij een antigeen in de huid wordt gespoten kan anafylaxie, een levensbedreigende aandoening optreden, die zeldzaam is maar wel spoedbehandeling vereist.

Meer informatie

Informatie over allergietesten
http://www.huidinfo.nl/allergie.html
http://www.huidarts.com
http://www.allergologie.nl/

Informatie over plakproeven
http://www.huidziekten.nl/

Informatie van het Allergie Centrum Nederland
http://www.allergie-center.nl/

Allergietest op internet
http://www.ishetallergie.nl

http://www.betterhealth.vic.
[geraadpleegd 29 april 2005]. (Engels) Better Health Channel (2004), Allergy testing,

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/
Bruynzeel, D. P., Ferguson, J., Andersen, K. (2004), "Photopatch testing: a consensus methodology for Europe", J Eur Acad Dermatol Venereol, vol. 18, no. 6, November, pp. 679-682.

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/
saksson, M. (2004), "Corticosteroids", Dermatol their, vol. 17, no. 4, pp. 314-320.
(Engels)

http://www.labtestsonline.org/
Lab Tests Online (2004), Allergies, [online] te raadplegen via:
[geraadpleegd: 30 mei 2005]. (Engels)

http://www.nlm.nih.gov
Medline Plus (2003), Allergy testing, [online] [geraadpleegd: 29 april 2005]. (Engels)


Dolen, W.K. (2002), The Diagnostic Allergy Laboratory, in: Rose, N.R., Hamilton, R.G. and Detrick, B. (eds) Manual of Clinical Laboratory Immunology, 6th ed, American Society for Microbiology, Washington D.C. (Engels)

Fischbach, F. (2000), A manual of Laboratory and Diagnostic Tests, 6th ed, Lippincott, Philadelphia. (Engels)
Homburger, H.A. (2001), Allergic Diseases, in: Henry, J.B. (ed) Clinical Diagnosis and Management by Laboratory Methods, 12th ed, W.B. Saunders Company, Philadelphia. (Engels)

Mowad, C.M. and Marks Jr., J.G. (2003), Allergic Contact Dermatitis, in: Bolgnia, J.L., Jorizzo, J.L. and Rapini, R.P. (eds) Dermatology, vol. 1, Mosby, St. Louis. (Engels)

Norman, P.S. and Peebles, R.S. (2002), In Vivo Diagnostic Allergy Testing Methods, in: Rose, N.R., Hamilton, R.G. and Detrick, B. (eds) Manual of Clinical Laboratory Immunology, 6th ed, American Society for Microbiology, Washington D.C. (Engels)

Odom, R.B., James, W.D. and Berger, T.G. (2000), Andrews’ Diseases of the Skin: Clinical Dermatology, 9th ed, W.B. Saunders Company, Philadelphia. (Engels)

Rietschel, R.L. and Fowler, J.F. (1995), Fischer’s Contact Dermatitis, 4th ed, Williams and Wilkins, Baltimore. (Engels)

Taylor, J.S. and Sood, A. (2003), Occupational Skin Disease, in: Freedberg, I.M., Eisen, A.Z., Wolff, K.L., Austen, K.F., Goldsmith, L.A. and Katz, S.I. (eds) Fitzpatrick’s Dermatology in General Medicine, 6th ed, vol. 1, McGraw-Hill, New York. (Engels)

Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 28/11/2008