Gezond leven
 
Levensfase
 
Medisch
 
Spreekuur
 
ReizenVoedingMentaal fitBewegen en gezondheidArbeid en gezondheidGezond gebitLeven met een chronische ziekteDrugs, alcohol en tabakZwangerschapBaby'sKinderenJongerenVrouwenMannenSeniorenChronische ziektenPsychische aandoeningenOnderzoek en behandelingAlternatieve geneeswijzenMedische encyclopedieGeneesmiddelenatlasBorstkankerAfasie, wat nu?Leven met artroseLeven met astmaDementieDepressieDiabetes, wat nu?Hoge bloeddruk, wat nu?HoofdpijnZorgen voor een anderSporten met een beperkingVoedselallergie, wat nu?Leven met rugpijnIncontinentieVraag het de deskundigeGa ik hiermee naar de dokter?Symptomen ScanHet virtuele consultatiebureauDe virtuele oogarts
 

Overloopincontinentie

Pagina afdrukkenTell a friend
 

Overloopincontinentie

Overloopincontinentie is een vorm van urine-incontinentie. Er is sprake van ongewild druppelsgewijs urineverlies dat wordt veroorzaakt door een overvolle blaas. Deze vorm van incontinentie komt vooral voor bij oudere mannen

Oorzaken

Overloopincontinentie wordt veroorzaakt door een overvolle blaas. De blaas raakt overvol doordat de urine niet goed uit de blaas kan stromen. De urine hoopt zich op in de blaas waardoor de druk in de blaas steeds hoger wordt. Uiteindelijk is de druk zo hoog dat de urine ondanks alle moeilijkheden toch naar buiten sijpelt. De belangrijkste oorzaken van een overvolle blaas zijn:

  • een verminderde werking van de spier in de blaaswand;
  • een belemmerde afvloed van urine vanuit de blaas naar buiten.

Verminderde werking van de spier in de blaaswand
In de wand van de blaas bevindt zich een spier; de detrusor. Normaal gesproken trekt deze spier zich samen wanneer de blaas wordt geleegd. De blaas wordt hierdoor als het ware leeggeknepen. Bij mensen met suikerziekte kan de zenuw die deze spier bestuurt beschadigd zijn, waardoor hij niet meer (goed) kan samenknijpen. Wanneer iemand in dat geval wil plassen, lukt het de spier niet om de hele blaas leeg te knijpen, er blijft urine achter in de blaas. De hoeveelheid achtergebleven urine wordt steeds groter. Bepaalde medicijnen (onder andere een aantal antidepressiva) verminderen eveneens de functie van de spier in de blaaswand en kunnen ook tot overloopincontinentie leiden.

Belemmerde afvloed van urine
Normaal gesproken stroomt de urine vanuit de blaas via de plasbuis naar buiten. Er zijn aandoeningen die de plasbuis vernauwen of doen knikken. De urine kan dan niet goed naar buiten stromen en het lukt niet om de blaas goed leeg te plassen. Er hoopt zich steeds meer urine op in de blaas. Diverse aandoeningen kunnen op deze manier tot overloopincontinentie leiden. Dit zijn:

  • prostaathypertrofie
    De prostaat ligt rondom de plasbuis. Bij oudere mannen wordt de prostaat vaak groter waardoor de plasbuis nauwer wordt.
  • zwellingen in de eierstokken of baarmoeder
    Bij vrouwen kunnen in de eierstokken en de baarmoeder goedaardige of kwaadaardige gezwellen ontstaan. Doordat de eierstokken dicht bij de plasbuis liggen, kan de plasbuis hierdoor vernauwen
  • verzakkingen
    Bij vrouwen kunnen ten gevolge van veroudering en vaginale bevallingen de structuren in het bekken losser worden waardoor een verzakking ontstaat. Deze verzakkingen kunnen de plasbuis vernauwen of wegduwen waardoor een knik ontstaat.
  • urinewegstenen
    Het kan voorkomen dat een urinewegsteen (ook niersteen genoemd) vastzit in de plasbuis waardoor er geen urine door kan stromen. Meestal wordt de steen bij toenemende druk alsnog uitgeplast.

Verschijnselen

Bij overloopincontinentie worden onregelmatig druppeltjes urine verloren. Dit kan ook ’s nachts optreden. Wanneer mensen aandrang voelen en gaan plassen, komt er vaak maar een klein beetje. De overvolle blaas zelf geeft dikwijls geen klachten. Soms merken mensen dat ze ineens niet meer in hun broek passen of ze voelen een zwelling in de buik.

Diagnose

De diagnose overloopincontinentie is niet altijd gemakkelijk te stellen. Het kan soms erg lijken op stressincontinentie of urge-incontinentie. De diagnose kan worden gesteld aan de hand van de medische voorgeschiedenis, de anamnese (vraaggesprek), een lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek.

De voorgeschiedenis kan aanknopingspunten bieden bij het vaststellen van de oorzaak.

Vanuit de anamnese worden de specifieke verschijnselen duidelijk. Soms is het daarvoor nodig gedurende één of een aantal dagen een dagboekje bij te houden waarin alle gegevens met betrekking tot vochtinname, urineverlies en activiteiten worden genoteerd.

Bij het lichamelijk onderzoek zoekt de arts naar mogelijk andere oorzaken voor de incontinentie. Door met de vingers zachtjes op de buik te kloppen kan de arts de contouren van de blaas bepalen en de blaasvergroting vaststellen. Tijdens een vaginaal toucher kunnen zwellingen van de eierstokken en de baarmoeder worden gevoeld. Prostaathypertrofie kan tijdens een rectaal toucher worden vastgesteld.

Als aanvullend onderzoek kan een echo van de blaas worden gemaakt. De grootte van de blaas en de mate van blaasvulling kunnen worden vastgesteld, evenals mogelijk veroorzakende factoren. Met urodynamisch onderzoek is het mogelijk de functie van de spier in de blaaswand te beoordelen.

Behandeling

De eerste behandeling van overloopincontinentie is het laten afvloeien van de opgehoopte urine met behulp van een katheter. De verdere behandeling is afhankelijk van de oorzaak. Bij prostaathypertrofie kunnen diverse prostaatverkleinende operaties worden uitgevoerd, waardoor de plasbuis weer ruimte krijgt. Bij vrouwen kunnen verzakkingen worden behandeld met bekkenbodemtherapie of met een operatie. Eventuele zwellingen van de eileiders en de baarmoeder kunnen operatief worden verwijderd.

Complicaties

Een overvolle blaas bij overloopincontinentie kan leiden tot nierschade. De nieren kunnen geen urine meer afvoeren naar de blaas – die zit immers overvol –, maar de productie van urine gaat door. De urine hoopt zich op in de urineleiders en daarna ook in de nieren. De druk in de nieren kan zo hoog oplopen dat onherstelbare nierschade ontstaat.

Meer informatie

Bristow, S.E., & Hilton, P. (2000), Assessment and investigations for urinary incontinence, Baillière's best practice & research. Clinical obstetrics & gynaecology, Apr, 14(2), 227-229.

Incontinentie. Feiten, achtergronden en ervaringen. Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen, 2002.

Russell, R.C.G, Williams, S., & Bulstrode, J.K. (2000), Incontinence of urine, 23rd Ed, Bailey & Love’s Short Practice of Surgery, International Students Edition, Arnold, Londen.

Standaard M46 Urine-incontinentie (2006). Nederlands Huisartsen Genootschap, Utrecht.
http://nhg.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_104_TICH_R180479288476750

http://www.incontinentie.net/
Site volledig gewijd aan urine-incontinentie (NL)

Bron: Medic Info Copyright: Medic Info Datum: 02/11/2007
Het Zegel is niet bereikbaar, neem contact op met uw administrator
ADVERTENTIE