Gezond leven
 
Levensfase
 
Medisch
 
Spreekuur
 
SlapenReizenVoedingMentaal fitBewegen en gezondheidAlternatieve geneeswijzenArbeid en gezondheidGezond gebitDrugs, alcohol en tabakZwangerschapBaby'sKinderenJongerenVrouwenMannenSeniorenChronische ziektesHart - en vaatziektesMedische encyclopediePsychische AandoeningenGeneesmiddelenatlasBorstkankerAfasieArtroseAstmaDementieDepressieDiabetesHoge bloeddrukHoofdpijnIncontinentieLeven met een chronische ziekteMantelzorgRugpijnSporten met een beperkingVoedselallergieVraag het de deskundigeGa ik hiermee naar de dokter?Symptomen ScanHet virtuele consultatiebureau
 

Syndroom van Horner

Tell a friendPagina afdrukken
 

Inleiding

Het syndroom van Horner is een stoornis van het autonome zenuwstelsel, meer specifiek van het sympathische zenuwstelsel. Het is geen op zichzelf staande afwijking maar een uiting van een bepaalde achterliggende aandoening. Het syndroom van Horner kan aangeboren of verworven zijn en wordt ook wel het syndroom van Claude-Bernard of oculopupillair syndroom genoemd.

De verschijnselen ontstaan doordat de sympathische zenuwen naar de pupil, het bovenste ooglid en de zweetklieren en bloedvaten aan één zijde van het gezicht niet goed functioneren. Dit kan gebeuren door verwondingen, ontstekingen of gezwellen in hersenen, ruggenmerg of perifere zenuwstelsel (bijvoorbeeld in de cervicale ganglia) waardoor de zenuwen in de verdrukking komen. Het syndroom van Horner kan gepaard gaan met bijvoorbeeld een beroerte en bepaalde vormen van hoofdpijn (clusterhoofdpijn). De aandoening kan zich ook voordoen als complicatie van bepaalde oogmedicijnen, sommige operaties of een moeizame bevalling waarbij de zenuw in de hals van het kind wordt beschadigd. Ook door een infectie van het ongeboren kind tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld door het virus dat de waterpokken veroorzaakt, kan het syndroom van Horner ontstaan. Het syndroom van Horner treedt in zeldzame gevallen op als tijdelijk verschijnsel na verdoving door een ruggenprik (epidurale anesthesie).

Verschijnselen, diagnose en behandeling

Bij het syndroom van Horner zijn er verschijnselen aan één zijde van het gezicht. Het ooglid van het aangedane oog hangt wat naar beneden (ptosis), de pupil is kleiner (miosis) en reageert minder goed op licht en het lijkt vaak alsof het aangedane oog wat dieper in de oogkas ligt (enophthalmus). De huid rondom het oog en van voorhoofd en wang kan niet meer zweten (anhidrosis) waardoor deze droog aanvoelt. Soms kan de aangedane helft van het gelaat niet rood kleuren, bijvoorbeeld bij persen, dit wordt het harlekijnsymptoom genoemd. Ten slotte kan er een verschil in kleur van de iris (het regenboogvlies) zijn wanneer het syndroom van Horner vóór de leeftijd van twee jaar ontstaat. De iris van het aangedane oog blijft dan vaak de rest van het leven blauw door het ontbreken van pigment.

De diagnose wordt gesteld op basis van het verhaal van de patiënt, de medische voorgeschiedenis en de verschijnselen. Tevens wordt lichamelijk en aanvullend onderzoek verricht. Met behulp van de reactie op oogdruppels die de pupil groter of kleiner maken, kan worden nagegaan of er inderdaad sprake is van het syndroom van Horner. Ook kunnen beeldvormende onderzoeken, zoals röntgenfoto’s, CT- en MRI-scans, worden uitgevoerd om te kijken of er een afwijking is in de buurt van de sympathische zenuwen. Soms wordt een angiografie gemaakt om afwijkingen op te sporen die tot het syndroom van Horner kunnen leiden.

De behandeling is erop gericht de onderliggende oorzaak op te sporen en te genezen. Het is echter afhankelijk van de onderliggende oorzaak en de mogelijkheden om deze op te heffen of de symptomen van het syndroom van Horner zullen verbeteren of zelfs verdwijnen. Niet voor elke oorzaak bestaat een behandeling en ook wanneer de oorzaak helemaal kan worden opgeheven, maar de zenuw lange tijd bekneld heeft gezeten, kan het vele maanden duren voor de symptomen van het syndroom van Horner verbeteren. Bij ernstige beschadiging verdwijnen de symptomen niet. Jonge kinderen met het syndroom van Horner lopen de kans een lui oog te krijgen doordat het ooglid hangt en de pupil wat kleiner is. De verschijnselen die twee jaar na het ontstaan van een syndroom van Horner nog aanwezig zijn, zijn meestal blijvend.

Meer informatie

Meer informatie over geneesmiddelen kunt u vinden in de Geneesmiddelenatlas.

Informatie over het syndroom van Horner
www.kinderneurologie.eu
nl.wikipedia.org/wiki/Syndroom_van_Horner

Informatie over symptomen bij aandoeningen van het autonome zenuwstelsel
www.parkinson.nl

Hijdra, A., Koudstaal, P.J. and Roos, R.A.C. (2003), Neurologie, 3rd ed, Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen.

(Engels) Medline Plus (2004), Horner’s Syndrome. Available [Online] [2005, Mar 18] (USA)
www.nlm.nih.gov

(Engels) National Organization for Rare Disorders, Inc. (2005), Horner’s Syndrome. Available [Online 2005, Mar 18] (USA)
www.rarediseases.org

Allen, C.M.C. and Lueck, C.J. (1999), Diseases of the Nervous System, in: Haslett, C., Chilvers, E.R., Hunter, J.A.A. and Boon, N.A. (eds.), Davidson’s Principles and Practice of Medicine, 18th edn, Churchill Livingstone, Philadelphia. (Engels)

Clarke, C.R.A. (2002), Neurological Disease, in: Kumar, P. and Clark, M. (eds.), Kumar and Clark Clinical Medicine, 5th edn, W.B. Saunders Company, Edinburgh. (Engels)

Biousse, V., Guevara, R.A. and Newman, N.J. (1998), “Transient Horner's syndrome after lumbar epidural anesthesia”, Neurology, vol. 51, no. 5, November, pp. 1473-1475. (Engels)

Mathias, C.J. (2000), Disorders of the Autonomic Nervous System, in: Bradley, W.G., Daroff, R.B., Fenichel, G.M. and Marsden, C.D. (eds.), Neurology in Clinical Practice, 3rd edn, vol. 2, Butterworth-Heinemann, Boston. (Engels)

Patel, S. and Ilsen, P.F. (2003), “Acquired Horner's syndrome: clinical review”, Optometry, vol. 74, no. 4, April, pp. 245-256. (Engels)

Walton K.A. and Buono, L.M. (2003), “Horner syndrome”, Curr Opin Ophthalmol, vol.14, no. 6, December, pp. 357-63. (Engels)

Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 10/09/2008