Gezond leven
 
Levensfase
 
Medisch
 
Spreekuur
 
ReizenVoedingMentaal fitBewegen en gezondheidArbeid en gezondheidGezond gebitLeven met een chronische ziekteDrugs, alcohol en tabakZwangerschapBaby'sKinderenJongerenVrouwenMannenSeniorenChronische ziektenPsychische aandoeningenOnderzoek en behandelingAlternatieve geneeswijzenMedische encyclopedieGeneesmiddelenatlasBorstkankerAfasie, wat nu?Leven met artroseLeven met astmaDementieDepressieDiabetes, wat nu?Hoge bloeddruk, wat nu?HoofdpijnZorgen voor een anderSporten met een beperkingVoedselallergie, wat nu?Leven met rugpijnIncontinentieVraag het de deskundigeGa ik hiermee naar de dokter?Symptomen ScanHet virtuele consultatiebureauDe virtuele oogarts
 

Gedragsproblemen bij dementie: angst, achterdocht, wanen en hallucinaties

Pagina afdrukkenTell a friend
 

Inleiding

Dementie is een verzamelnaam voor de verschijnselen die optreden bij een aantal hersenaandoeningen waarvan de bekendste de ziekte van Alzheimer is. Het gaat om verschijnselen als geheugenverlies, taalproblemen en gedragsveranderingen, zie ook de informatie over gedragsveranderingen bij dementie, algemeen.
Een van de gedragsveranderingen die kunnen optreden, is dat iemand met dementie angstig of achterdochtig wordt. Ook kunnen wanen optreden of kan iemand dingen zien of horen die er niet zijn (hallucinaties). Het zijn lastige problemen die verzorgers van iemand met dementie kunnen tegenkomen.

Angst

Het geheugen gaat steeds verder achteruit. De wereld wordt steeds kleiner en onzekerder. Situaties worden niet goed begrepen. Iemand snapt niet meer wat er van hem verlangd wordt. Misschien weet hij niet goed meer hoe te reageren in bepaalde situaties. Dit kan tot paniek leiden. Iemand met dementie raakt vaak snel overvraagd. Als hij 'faalt' in het uitvoeren van een bepaalde taak, kan hem dit angstig maken. Ook het oriëntatievermogen wordt slechter. De omgeving en de mensen worden niet meer herkend. Iemand weet niet meer waar hij is. Dit kan angst in de hand werken.

Angst kan er toe leiden dat degene die u verzorgt, u de hele dag volgt. Het geeft een veilig gevoel om in de buurt van iemand te zijn die vertrouwd is, maar voor u kan het erg vermoeiend zijn. Angst kan ook ontstaan door spanningen of (negatieve) emoties bij anderen of door het gevoel dat er iets mis is, vaak zonder te weten wat.

Omgaan met angst
Probeer een veilige en vertrouwde omgeving te creëren. Op het moment dat u merkt dat de patiënt angstig is, kunt u proberen hem gerust te stellen. Vraag eventueel naar de reden van de angst en probeer erop in te gaan. Een andere mogelijkheid is om hem af te leiden. Blijf kalm en vriendelijk, dat heeft een rustgevende invloed. Als u weet wat hem angstig maakt, kunt u proberen zulke situaties te vermijden, bijvoorbeeld ruimten met veel onbekende mensen. Als degene die u verzorgt u de hele dag volgt, is het verstandig om de zorg met anderen te delen. Zo kunt u even tijd aan uzelf besteden.

Achterdocht

Achterdocht is vaak een gevolg van het progressieve ziekteproces bij dementie. Als de dementie voortschrijdt, verliest iemand steeds meer zijn greep op de werkelijkheid en op het leven. Hij vergeet dingen en kan bepaalde dingen niet meer. Hij kan situaties niet meer goed inschatten en kan gedesoriënteerd raken omdat hij de omgeving en de mensen niet meer herkent. Het wordt een onzekere wereld waar niets meer vertrouwd is. Dit leidt vaak tot achterdocht. Soms was iemand al enigszins achterdochtig en verergert dit door de dementie. Soms is het ook iets dat geheel nieuw is. Achterdocht uit zich bijvoorbeeld in het beschuldigen van mensen die iets van hem gestolen zouden hebben. Ook kan hij spullen verbergen omdat hij bang is dat anderen het zouden afpakken. Als iemand daarbij ook slecht ziet en/of hoort, kan dit de achterdocht nog erger maken.

Omgaan met achterdocht
Straf de persoon niet voor het verliezen van voorwerpen of het verbergen van spullen. Probeer er achter te komen wat de favoriete verbergplaats is. Probeer, indien mogelijk, een tweede exemplaar achter de hand te hebben van dingen die vaak kwijtraken, bijvoorbeeld van sleutels, brillen, portemonnee, hoorapparaten enz. Ga ook niet in discussie over beschuldigingen die hij uit. Het is niet persoonlijk bedoeld en iemand die dementeert, kan er niets aan doen. Wanneer iemand niet uit zichzelf stopt over het onderwerp, probeer hem dan af te leiden.

Hallucinaties en wanen

Mensen met dementie kunnen last krijgen van hallucinaties. Ze zien of horen dingen die er niet zijn. Ze denken bijvoorbeeld stemmen te horen of personen uit het verleden te zien. Soms gaat het ook om proeven, ruiken en/of voelen van dingen. Hallucinaties kunnen het gedrag van iemand met dementie sterk beïnvloeden. Voor hem is wat hij hoort of ziet zeer reëel. Dit kan erg beangstigend zijn. Niet alle hallucinaties zijn echter vervelend. Bij Lewy-body dementie komen visuele hallucinaties vaker voor.

Ook kunnen wanen voorkomen. Wanen zijn ideeën die niet op de werkelijkheid berusten. Voor degene die ze heeft, zijn ze echter wel degelijk waarheid. Iemand kan er bijvoorbeeld van overtuigd zijn dat een bepaalde persoon hem kwaad wil doen of dat zijn partner vreemd gaat. In de meeste gevallen kan niets hem van gedachten doen veranderen.
Hallucinaties en wanen worden meestal ook veroorzaakt door de veranderingen in de hersenen als gevolg van de dementie. Soms is de oorzaak echter een bijwerking van medicatie of een lichamelijke aandoening zoals een infectie, koorts, pijn, obstipatie of uitdroging. Als u dit vermoedt, schakel dan de behandelend arts in. Slecht zien en/of horen, een onbekende verzorger of een afwijking van de normale routine, zijn zaken waardoor de hallucinaties en wanen kunnen verergeren.

Omgaan met hallucinaties/ wanen
Medicijnen, bijvoorbeeld antipsychotica als haldol, kunnen soms helpen om de hallucinaties of wanen onder controle te krijgen. Deze kunnen echter wel bijwerkingen hebben. Overleg met de behandelend arts of het gebruik van medicijnen zinvol is. Ga niet in discussie over de inhoud van de hallucinaties of wanen. Het is beter om in te gaan op de eventuele angst die de dementerende persoon ervaart door deze hallucinaties of wanen. Onderzoek de waarnemingen, laat zien dat ze niet echt zijn. Ook kunt u proberen iemand af te leiden, bijvoorbeeld met muziek, foto's kijken of een simpele activiteit die de persoon aankan. Zorg voor voldoende licht in huis en gebruik eventueel nachtlampen. Neem verder de beschuldigingen niet persoonlijk. Degene met dementie heeft geen controle over zijn gedrag en bedoelt het niet persoonlijk. Onschuldige hallucinaties of wanen, waar degene met dementie niet geagiteerd of angstig op reageert, kunt u negeren. Ook kunt u proberen ervoor te zorgen dat er niet te veel veranderingen zijn in de omgeving, in zorgverleners en in de dagelijkse routine.
Elke dag omgaan met bovenstaande gedragsproblemen is niet gemakkelijk. U kunt zich gespannen, gefrustreerd, schuldig en wanhopig voelen. Deze gevoelens zijn normaal in deze situatie. Het is wel van belang om zelf ook uw hart te luchten bij familie of vrienden. Ook aan lotgenotencontact kunt u veel hebben.

Meer informatie

Informatie van Alzheimer Nederland, de organisatie voor mensen met dementie en hun familie.
www.alzheimer-nederland.nl

Jessie van Loon, 2006, Pearson Education Benelux. Een boek over het omgaan met dementie.

Bron: LSHTM Copyright: Medic Info Datum: 28/04/2003
Het Zegel is niet bereikbaar, neem contact op met uw administrator
ADVERTENTIE