Gezond leven
 
Levensfase
 
Medisch
 
Spreekuur
 
ReizenVoedingMentaal fitBewegen en gezondheidArbeid en gezondheidGezond gebitLeven met een chronische ziekteDrugs, alcohol en tabakZwangerschapBaby'sKinderenJongerenVrouwenMannenSeniorenChronische ziektenPsychische aandoeningenOnderzoek en behandelingAlternatieve geneeswijzenMedische encyclopedieGeneesmiddelenatlasBorstkankerAfasie, wat nu?Leven met artroseLeven met astmaDementieDepressieDiabetes, wat nu?Hoge bloeddruk, wat nu?HoofdpijnZorgen voor een anderSporten met een beperkingVoedselallergie, wat nu?Leven met rugpijnIncontinentieVraag het de deskundigeGa ik hiermee naar de dokter?Symptomen ScanHet virtuele consultatiebureauDe virtuele oogarts
 

Baarmoederhalskanker

Pagina afdrukkenTell a friend
 

Inleiding

De baarmoederhals is het onderste, nauwe deel van de baarmoeder dat in de vagina uitmondt. Wanneer in het slijmvlies in het gebied tussen de baarmoederhals en de baarmoedermond het aantal afwijkende cellen toeneemt, ontstaat na verloop van tijd een voorstadium van baarmoederhalskanker. Wanneer dit niet wordt behandeld ontstaat op den duur baarmoederhalskanker. De medische term voor baarmoederhalskanker is cervixcarcinoom.

Baarmoederhalskanker is een vorm van gynaecologische kanker die kan voorkomen bij vrouwen van alle leeftijden, maar het meest bij vrouwen tussen de 40 en 45 jaar. In Nederland wordt de diagnose baarmoederhalskanker jaarlijks bij 1200 vrouwen gesteld. Hoewel deze vorm van kanker goed te behandelen is, sterven ieder jaar ongeveer 300 vrouwen aan deze aandoening.

Oorzaken

Bij het ontstaan van baarmoederhalskanker speelt het humaan papilloma virus (HPV) een belangrijke rol. Dit virus kan via geslachtsgemeenschap worden overgedragen. Lang niet iedereen die dit virus bij zich draagt krijgt echter baarmoederhalskanker. Toch wordt de kans op HPV en daarmee de kans op baarmoederhalskanker groter wanneer er sprake is van veel wisselende contacten of seksueel contact op jonge leeftijd.
Andere risicofactoren zijn meerdere zwangerschappen, roken, langdurig gebruik van de pil en voeding die onvoldoende vitamine C bevat. De tijd tussen besmetting en de ontwikkeling van baarmoederhalskanker kan variëren van enkele tot tientallen jaren.
Ook bij vrouwen van wie de moeders tijdens de zwangerschap het medicijn DES gebruikt hebben bestaat een verhoogde kans op baarmoederhalskanker.

Verschijnselen

De belangrijkste symptomen van baarmoederhalskanker zijn abnormale afscheiding en/of abnormaal bloedverlies, bijvoorbeeld tussen de menstruaties, na geslachtsgemeenschap of na de overgang. Soms verspreidt de afscheiding een onaangename geur. In een vergevorderd stadium kunnen symptomen optreden die veroorzaakt worden door doorgroei van de tumor in de omringende weefsels of uitzaaiingen elders in het lichaam zoals pijn en algehele zwakte. Wanneer de kanker zich naar de blaas heeft verspreid, kan dat leiden tot abnormaal vaak plassen, incontinentie en pijn in de bekkenstreek. Als de baarmoederhals verstopt raakt, kan zich vocht ophopen in de baarmoeder. Dit kan infectie met koorts en hevige pijn veroorzaken.

Vrouwen bij wie de baarmoeder volledig is verwijderd, kunnen geen baarmoederhalskanker krijgen, want bij hen is de baarmoederhals tegelijk met de baarmoeder weggehaald. Wanneer de baarmoeder echter niet geheel verwijderd is, dan kan zich kankerweefsel ontwikkelen in het achtergebleven stompje van de baarmoederhals.

Diagnose

De diagnose baarmoederhalskanker wordt gesteld wanneer kankercellen in de baarmoederhals worden aangetroffen. Het uitstrijkje (ook wel Pap-test genoemd) is een test om vrouwen te onderzoeken op baarmoederhalskanker. Bij deze test worden cellen van de baarmoedermond afgeschraapt en onder de microscoop onderzocht op afwijkende cellen. Alle vrouwen tussen de 30 en de 60 jaar worden eens in de vijf jaar uitgenodigd een uitstrijkje te laten maken in het kader van het bevolkingsonderzoek. Bij vrouwen met risicofactoren kan het raadzaam zijn hiermee jonger te beginnen. Door regelmatig een uitstrijkje te laten maken, wordt een eventuele afwijking in een vroeg stadium ontdekt.
Wanneer vermoeden bestaat op baarmoederhalskanker, bijv. door een abnormale bloeding, wordt eerst een vaginaal onderzoek gedaan en een uitstrijkje gemaakt. Als dat afwijkend is of als het vermoeden blijft bestaan wordt een colposcopie gedaan, een onderzoek waarmee de baarmoederhals van binnen wordt bekeken en waarbij weefsel kan worden weggenomen voor onderzoek. In dat laatste geval wordt een stukje van het afwijkende weefsel weggenomen (biopsie) en onder de microscoop onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Als de tumor groot is, is een colposcopie niet nodig en kan door middel van een naaldbiopsie een stukje tumor worden verwijderd voor onderzoek.
Als er kankercellen aanwezig zijn, moeten er vervolgonderzoeken worden uitgevoerd om vast te stellen in welk stadium de kanker verkeert. Dit wordt ‘stagering’ genoemd. Er zijn vijf stadia, namelijk 0 t/m IV. Stadium 0 is een carcinoma-in-situ en stadium IV is een vergevorderde en uitgezaaide kanker. De behandeling is afhankelijk van het stadium waarin de baarmoederhalskanker zich bevindt.

Behandeling

De behandeling van baarmoederhalskanker is afhankelijk van het stadium waarin de ziekte zich bevindt.
Als de baarmoederhalskanker zich nog in een voorstadium bevindt, kunnen de aangetaste cellen worden verwijderd door een wigvormig stukje uit de baarmoederhals te snijden (conisatie). Voorwaarde hiervoor is dat het aangetaste stuk klein en oppervlakkig is. Strekt het zich echter uit tot een diepte van drie tot vijf millimeter, dan kan een meer ingrijpende operatie nodig zijn; het weghalen van de gehele baarmoeder, inclusief de baarmoederhals.

Heeft de ziekte zich verder ontwikkeld dan wordt een uitgebreidere operatie uitgevoerd. Hierbij worden de baarmoeder, de eierstokken, de eileiders en het bovenste deel van de vagina weggenomen. Ook kunnen een deel van het omliggend steunweefsel en de lymfeklieren uit de buikholte worden verwijderd.
Als er uitzaaiingen naar de lymfeklieren zijn, is na de operatie bestraling noodzakelijk. Hierbij wordt meestal een combinatie van inwendige en uitwendige bestraling toegepast. Daarbij worden behalve de baarmoeder meestal ook de eileiders en de eierstokken bestraald. Bij inwendige bestraling wordt een soort reservoir met radioactief materiaal in de baarmoeder en de vagina aangebracht. Als het reservoir wordt verwijderd, is er geen straling meer in het lichaam van de patiënt. Voor deze behandeling is meestal een opname in het ziekenhuis nodig. Bij uitwendige bestraling wordt de onderbuik van buitenaf bestraald. De eerste bestraling vindt meestal enkele weken na de operatie plaats. Vier of vijf weken lang wordt de patiënt elke werkdag gedurende enkele minuten bestraald. Voor uitwendige bestraling is geen opname in het ziekenhuis nodig. Soms wordt bestraling ook nog gecombineerd met chemotherapie of hyperthermie (warmtetherapie).

Prognose

De prognose is sterk afhankelijk van het stadium van de tumor en eventuele uitzaaiingen. Wordt de aandoening in een vroeg stadium ontdekt, is volledige genezing mogelijk en blijft de vruchtbaarheid intact.
Dit type kanker zaait voornamelijk uit via de lymfeklieren. Rugpijn kan een indicatie zijn dat de kanker is uitgezaaid tot buiten de baarmoederhals. Pijn bij het plassen of urineverlies via de vagina kan een indicatie zijn dat de kanker is uitgezaaid naar de blaas. Pijn bij de ontlasting kan wijzen op uitzaaiing naar het rectum. De urinestroom kan door vergrote lymfeklieren met kankercellen zelfs helemaal geblokkeerd raken. Een dergelijke verstopping van de urinestroom uit de nieren kan tot nierproblemen leiden. Uitgezaaide kanker leidt uiteindelijk tot algehele verzwakking en overlijden.

Wat kunt u zelf doen?

In het kader van het bevolkingsonderzoek wordt bij vrouwen tussen de dertig en zestig jaar elke vijf jaar een uitstrijkje van de baarmoederhals gemaakt. Dit wordt gedaan door de huisarts(assistente). De vrouwen krijgen een schriftelijke oproep. Het doel van dit grootschalige onderzoek is vroegtijdige opsporing van baarmoederhalskanker.
Verder is het belangrijk situaties te vermijden waarin de kans bestaat dat er besmetting met HPV plaatsvindt. Dit betekent veilig vrijen en zo min mogelijk wisselende contacten. Tegenwoordig is er een vaccin tegen HPV, deze heeft waarschijnlijk het beste effect als het wordt gegeven voor het eerste seksuele contact omdat dan de kans op een HPV infectie het kleinst is.
Tenslotte zijn goede persoonlijke hygiëne en niet roken belangrijk om het risico op baarmoederhalskanker te verminderen.

Meer informatie

Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap
nhg.artsennet.nl

Informatie van de Stichting Bevolkinsonderzoek Baarmoederhalskanker regio West
www.sbbw.nl/

Heineman et al. Obstetrie en gynaecologie. De voortplanting van de mens. Vijfde druk. Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen, 2004.

Cannistra SA, Niloff JM. Cancer of the uterine cervix. N Engl J Med 1996 Apr 18; 334(16): 1030-8.

National Institutes of Health Consensus Development Conference statement on cervical cancer. April 1-3, 1996. Gynecol Oncol 1997 Sep;66(3):351-61.

Padubidri, V.G., & Daftary, S.N. (2000), Dysplasias and carcinoma of the cervix, 12th ed, Shaw’s Textbook of Gynaecology, Churchill, Livingstone, London.

Wallace SV, Carlin EM. HIV in cervical cancer. Int J STD AIDS 2001 May;12(5):283-5.

Bron: Medic Info Copyright: Medic Info Datum: 20/12/2011
Het Zegel is niet bereikbaar, neem contact op met uw administrator
ADVERTENTIE