advertentie
Gezond leven
 
Levensfase
 
Medisch
 
Spreekuur
 
ReizenVoedingStressBewegen en gezondheidArbeid en gezondheidGezond gebitLeven met een chronische ziekteDrugs, alcohol en tabakZwangerschapBaby'sKinderenJongerenVrouwenMannenSeniorenChronische ziektenPsychische stoornissenOnderzoek en behandelingAlternatieve geneeswijzenMedische encyclopedieGeneesmiddelenatlasAfasie, wat nu?Leven met artroseLeven met astmaDementieDepressieDiabetes, wat nu?Hoge bloeddruk, wat nu?HoofdpijnZorgen voor een anderSporten met een beperkingVoedselallergie, wat nu?Leven met rugpijnIncontinentieVraag het de deskundigeGa ik hiermee naar de dokter?Symptomen ScanHet virtuele consultatiebureauDe virtuele oogarts
 
Home > Gezond gebit > Baarmoederhalskanker

Baarmoederhalskanker

Pagina afdrukkenTell a friend
ADVERTENTIE
 

Inleiding

De baarmoederhals is het onderste, nauwe deel van de baarmoeder dat in de vagina uitmondt. Wanneer in het slijmvlies in het gebied tussen de baarmoederhals en de baarmoedermond het aantal afwijkende cellen toeneemt, ontstaat na verloop van tijd een voorstadium van baarmoederhalskanker. Wanneer dit niet wordt behandeld ontstaat op den duur baarmoederhalskanker. De medische term voor baarmoederhalskanker is cervixcarcinoom.

Oorzaken

Bij het ontstaan van baarmoederhalskanker speelt het humaan papilloma virus (HPV) een belangrijke rol. Dit virus kan via geslachtsgemeenschap worden overgedragen. Lang niet iedereen die dit virus bij zich draagt krijgt echter baarmoederhalskanker. Toch wordt de kans op HPV en daarmee de kans op baarmoederhalskanker groter wanneer er sprake is van veel wisselende contacten of seksueel contact op jonge leeftijd.
Andere risicofactoren zijn meerdere zwangerschappen, roken, langdurig gebruik van de pil en voeding die onvoldoende vitamine C bevat. De tijd tussen besmetting en de ontwikkeling van baarmoederhalskanker kan variëren van enkele tot tientallen jaren.
Ook bij vrouwen van wie de moeders tijdens de zwangerschap het medicijn DES gebruikt hebben bestaat een verhoogde kans op baarmoederhalskanker.

Verschijnselen

Baarmoederhalskanker is een vorm van gynaecologische kanker die kan voorkomen bij vrouwen van alle leeftijden, maar het meest bij vrouwen tussen de 40 en 45 jaar. In Nederland wordt de diagnose baarmoederhalskanker jaarlijks bij 1200 vrouwen gesteld. Hoewel deze vorm van kanker goed te behandelen is, sterven ieder jaar ongeveer 300 vrouwen aan deze aandoening.
De belangrijkste symptomen van baarmoederhalskanker zijn abnormale afscheiding en/of abnormaal bloedverlies, bijvoorbeeld tussen de menstruaties, na geslachtsgemeenschap of na de overgang. Soms verspreidt de afscheiding een onaangename geur. In een vergevorderd stadium kunnen symptomen optreden die veroorzaakt worden door doorgroei van de tumor in de omringende weefsels of uitzaaiingen elders in het lichaam zoals pijn en algehele zwakte. Wanneer de kanker zich naar de blaas heeft verspreid, kan dat leiden tot abnormaal vaak plassen, incontinentie en pijn in de bekkenstreek. Als de baarmoederhals verstopt raakt, kan zich vocht ophopen in de baarmoeder. Dit kan infectie met koorts en hevige pijn veroorzaken.
Vrouwen bij wie de baarmoeder volledig is verwijderd, kunnen geen baarmoederhalskanker krijgen, want bij hen is de baarmoederhals tegelijk met de baarmoeder weggehaald. Wanneer de baarmoeder echter niet geheel verwijderd is, dan kan zich kankerweefsel ontwikkelen in het achtergebleven stompje van de baarmoederhals.

Diagnose

Een belangrijke eerste stap bij het stellen van de diagnose is het uitstrijkje. Hiermee kan baarmoederhalskanker in een vroeg stadium worden opgespoord. Het algemene bevolkingsonderzoek, waarbij vrouwen opgeroepen worden om bij de huisarts een uitstrijkje te laten maken, begint bij dertig jaar en wordt iedere vijf jaar herhaald totdat de leeftijd van zestig jaar is bereikt. Bij vrouwen die tot risicogroepen behoren, zal op jongere leeftijd een uitstrijkje gemaakt worden. Bij het maken van een uitstrijkje worden via een onderzoek met een eendebek wat cellen uit de baarmoederhals en het bovenste gedeelte van de vagina geschraapt. In het laboratorium wordt dat uitstrijkje gecontroleerd op afwijkingen die op kanker kunnen wijzen.
Wanneer iemand met klachten bij de huisarts komt of met symptomen die op baarmoederhalskanker zouden kunnen wijzen, zal er eerst een lichamelijk onderzoek plaatsvinden. Wanneer de baarmoedermond er verdacht uitziet, wordt iemand direct doorverwezen naar de gynaecoloog. Anders wordt er eerst een uitstrijkje gemaakt. Het kan zijn dat er geen afwijkingen in het uitstrijkje worden gevonden terwijl de symptomen wel verdacht zijn. In dat geval wordt er toch verder onderzoek gedaan. Een negatief uitstrijkje sluit kanker namelijk niet altijd volledig uit.

Als er afwijkingen worden gevonden in het uitstrijkje, betekent dit niet altijd dat er sprake is van kanker. Wel zal er verder onderzoek gedaan worden in het ziekenhuis. De arts kan een colposcopie laten uitvoeren, dit is een uitgebreider onderzoek van de vagina en de baarmoederhals. Soms kan een biopsie nodig zijn. Hierbij wordt een stukje weefsel afgenomen om door een patholoog onder de microscoop te worden onderzocht. Ook kan er een wigvormig stukje van de baarmoederhals verwijderd worden voor onderzoek. Wanneer er kanker geconstateerd wordt, zal verder onderzoek naar de kwaadaardigheid, grootte, ingroei in de omgeving en uitzaaiingen elders in het lichaam, moeten uitwijzen in welk stadium de tumor zich bevindt. Onderzoeken die daarbij gebruikt kunnen worden, zijn diverse beeldvormende onderzoeken (echo, CT- en MRI- scan), onderzoek van blaas en darm en longfoto's.

Behandeling

De behandeling van baarmoederhalskanker is afhankelijk van het stadium waarin de ziekte zich bevindt.
Als de baarmoederhalskanker zich nog in een voorstadium bevindt, kunnen de aangetaste cellen worden verwijderd door een wigvormig stukje uit de baarmoederhals e snijden. Voorwaarde hiervoor is dat het aangetaste stuk klein en oppervlakkig is. Strekt het zich echter uit tot een diepte van drie tot vijf millimeter, dan kan een meer ingrijpende operatie nodig zijn; het weghalen van de gehele baarmoeder, inclusief de baarmoederhals.
Heeft de ziekte zich verder ontwikkeld dan wordt een uitgebreidere operatie uitgevoerd. Hierbij worden de baarmoeder, de eierstokken, de eileiders en het bovenste deel van de vagina weggenomen. Ook kunnen een deel van het omliggend steunweefsel en de lymfeklieren uit de buikholte worden verwijderd.
Als er uitzaaiingen naar de lymfeklieren zijn, is na de operatie bestraling noodzakelijk. Hierbij wordt meestal een combinatie van inwendige en uitwendige bestraling toegepast. Daarbij worden behalve de baarmoeder meestal ook de eileiders en de eierstokken bestraald. Bij inwendige bestraling wordt een soort reservoir met radioactief materiaal in de baarmoeder en de vagina aangebracht. Als het reservoir wordt verwijderd, is er geen straling meer in het lichaam van de patiënt. Voor deze behandeling is meestal een opname in het ziekenhuis nodig. Bij uitwendige bestraling wordt de onderbuik van buitenaf bestraald. De eerste bestraling vindt meestal enkele weken na de operatie plaats. Vier of vijf weken lang wordt de patiënt elke werkdag gedurende enkele minuten bestraald. Voor uitwendige bestraling is geen opname in het ziekenhuis nodig. Soms wordt bestraling ook nog gecombineerd met chemotherapie.

Wat kunt u zelf doen?

In het kader van het bevolkingsonderzoek wordt bij vrouwen tussen de dertig en zestig jaar elke vijf jaar een uitstrijkje van de baarmoederhals gemaakt. Dit wordt gedaan door de huisarts(assistente). De vrouwen krijgen een schriftelijke oproep. Het doel van dit grootschalige onderzoek is vroegtijdige opsporing van baarmoederhalskanker.
Verder is het belangrijk situaties te vermijden waarin de kans bestaat dat er besmetting met HPV plaatsvindt. Dit betekent veilig vrijen en zo min mogelijk wisselende contacten. Tegenwoordig is er een vaccin tegen HPV, deze heeft waarschijnlijk het beste effect als het wordt gegeven voor het eerste seksuele contact omdat dan de kans op een HPV infectie het kleinst is.
Tenslotte zijn goede persoonlijke hygiëne en niet roken belangrijk om het risico op baarmoederhalskanker te verminderen.

Meer informatie

nhg.artsennet.nl
Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap

Campbell, S., & Monga, A, 2000, 'Malignant disease of the uterus and cervix', in Gynaecology by Ten Teachers, 17th edn, Arnold, London.

Padubidri, V.G., & Daftary, S.N. 2000, 'Dysplasias and carcinoma of the cervix', in Shaw's Textbook of Gynaecology, 12th edn Churchill, Livingstone, London.

Shepherd, J., Weston, R., Peersman, G. & Napuli, I.Z. 'Interventions for encouraging sexual lifestyles and behaviours intended to prevent cervical cancer', (Cochrane Review) in The Cochrane Library, Issue 3, 2001, Oxford: Update Software.

Bron: LSHTM Copyright: Medic Info Datum: 11/03/2008Disclaimer
advertentie