Europese Unie nummers |
|
De landen die tot de Europese Unie (EU) behoren, hadden allen verschillende regels voor additieven. Met de harmonisatie van de economische regelgeving worden vanaf 1993 alle additieven volgens één uniforme lijst ingedeeld. De EU-definitie is hierbij cursief weergegeven:
E100-180 kleurstoffen
Kleurstoffen zijn stoffen die aan een levensmiddel kleur geven of daaraan kleur teruggeven. Kleurstoffen bevatten natuurlijke bestanddelen van levensmiddelen en andere natuurlijke bronnen die normaal niet als voedsel worden genuttigd, noch als kenmerkende voedselingrediënten worden gebruikt.
Voorbeelden: kaas, snoep
E200-252 conserveermiddelen
Conserveermiddelen zijn stoffen die de houdbaarheid van levensmiddelen vergroten door hen te beschermen tegen door micro-organismen veroorzaakt bederf.
Voorbeelden: limonade, cake, slasaus
E 260-297 voedingszuren
Voedingszuren zijn stoffen die de zuurtegraad van levensmiddelen verhogen en/of er een zure smaak aan geven.
Voorbeelden: appelmoes en margarine
E300-321 anti-oxidanten
Anti-oxidanten zijn stoffen die de houdbaarheid van levensmiddelen vergroten door hen te beschermen tegen door oxidatie veroorzaakt bederf, zoals het ranzig worden van vet en kleurveranderingen.
Voorbeeld: margarine
E322-385 voedingszuren
Voedingszuren zijn stoffen die de zuurtegraad van levensmiddelen verhogen en/of er een zure smaak aan geven.
Voorbeelden: appelmoes en margarine
E400-418 verdikkings- en geleermiddelen
Verdikkingsmiddelen zijn stoffen die de viscositeit van een levensmiddel vergroten.
Voorbeeld: sauzen
Geleermiddelen zijn stoffen die levensmiddelen vorm geven door de vorming van een gel.
Voorbeelden: soepen, sauzen, toetjes, jams
E420-495 emulgatoren en stabilisatoren
Emulgatoren zijn stoffen die een uniforme menging van twee of meer onmengbare fasen, zoals olie en water, in een levensmiddel mogelijk maken of in stand houden. Stabilisatoren zijn stoffen die het mogelijk maken een gelijkmatige dispersie (menging) van twee of meer onmengbare stoffen in een levensmiddel te handhaven.
Voorbeelden: mayonaise, ijs, chocolademelk, imitatieslagroom
E500-529 zuurteregelaars
Zuurteregelaars zijn stoffen die de zuurte of alkaliteit van levensmiddelen veranderen of regelen.
Voorbeelden: ijs, vleeswaren, melkproducten
E530-585 anti-klonter en rijsmiddelen
Antiklontermiddelen zijn stoffen die de neiging van afzonderlijke levensmiddelendeeltjes om aan elkaar te kleven verkleinen.
Voorbeelden: poedersuiker, zout, instantsoep
Rijsmiddelen zijn stoffen of combinaties van stoffen die die gas vrijmaken en daardoor het volume van deeg en beslag vergroten.
Voorbeeld: broodproducten
E620-640 smaakversterkers
Smaakversterkers zijn stoffen die de bestaande smaak en/of geur van een levensmiddel versterken.
Voorbeelden: kant- en klaarmaaltijden, snacks, soepen en sauzen
E900-914 anti-schuimmiddelen en glansmiddelen
Anti-schuimmiddelen zijn stoffen die de schuimvorming verhinderen of verminderen.
Voorbeeld: frituurvet
Glansmiddelen zijn stoffen die, wanneer zij aangebracht worden op het oppervlak van een levensmiddel, dit een glanzend uiterlijk geven of een beschermende deklaag vormen.
Voorbeeld: snoep
E900-914 anti-schuimmiddelen en glansmiddelen
Anti-schuimmiddelen zijn stoffen die de schuimvorming verhinderen of verminderen.
Voorbeeld: frituurvet
Glansmiddelen zijn stoffen die, wanneer zij aangebracht worden op het oppervlak van een levensmiddel, dit een glanzend uiterlijk geven of een beschermende deklaag vormen.
Voorbeeld: snoep
E920-927 meelverbeteraars
Meelverbeteraars zijn stoffen, met uitzondering van emulgatoren, die aan meel of deeg worden toegevoegd om de bak-eigenschappen ervan te verbeteren.
Voorbeeld: brood
E938-948 verpakkingsgassen
Verpakkingsgassen zijn gassen die vóór, tijdens of na het in de verpakking brengen van een levensmiddel in die verpakking worden gebracht, met uitzondering van lucht.
Voorbeeld: verse vis.
NB: op het etiket staat dan vermeld: 'verpakt onder beschermende atmosfeer'.
E950-967 zoetstoffen
Zoetstoffen zijn stoffen die worden gebruikt om een levensmiddel een zoete smaak te geven of als tafelzoetstof en die geen mono- of disacchariden zijn en doorgaans een verminderde verbrandingswaarde (calorieën ) hebben.
Voorbeelden: lightfrisdrank, yoghurt
Sorbitol en mannitol vallen in de nummering onder de emulgatoren en stabilisatoren, en hebben daarom E-nummer 420 respectievelijk E421.
NB: Als de zoetstof poly-olen bevat (bijvoorbeeld sorbitol in jam) moet de volgende waarschuwing op het etiket vermeld zijn: 'een overmatig gebruik kan een laxerend effect hebben'. Als de zoetstof aspartaam gebruikt is, moet vermeld worden: 'bevat een bron van fenylalanine.' Mensen met de aangeboren stofwisselingsziekte PKU kunnen dit aminozuur niet gebruiken.
E1404-1450 gemodificeerde zetmelen
Gemodificeerde zetmelen zijn stoffen die door één of meer chemische behandelingen worden verkregen uit eetbare zetmelen, die eventueel een fysische behandeling of een behandeling met enzymen hebben ondergaan, en eventueel met zuur of loog verdund of gebleekt zijn.
Voorbeelden: instantsoep en -saus
NB: het begrip 'gemodificeerd' betekent dat het zetmeel een chemische bewerking heeft ondergaan en zegt dus niets over genetische modificatie!
Geen E-nummer draagstoffen
Draagstoffen zijn stoffen, met inbegrip van oplosmiddelen die als draagstof fungeren, die worden gebruikt om een levensmiddelenadditief op te lossen, te verdunnen, te dispergeren of op een andere wijze fysisch te wijzigen zonder de technologische functie te veranderen teneinde de verwerking, de toepassing of het gebruik van het additief te vergemakkelijken.
Geen E-nummer proceshulpstoffen
Volgens definitie Warenwet: Proceshulpstoffen of technologische hulpmiddelen zijn stoffen die op zichzelf niet als voedselingrediënt worden geconsumeerd maar die bij de verwerking van grondstoffen, eet- en drinkwaren of voedselingrediënten bewust worden gebruikt om tijdens de bewerking of verwerking aan een bepaald technisch doel te beantwoorden en die kunnen leiden tot de onbedoelde maar technisch onvermijdelijke aanwezigheid van deze stoffen of derivaten ervan in het eindproduct, mits deze residuen geen gevaar voor de gezondheid opleveren en geen technologische gevolgen voor het eindproduct hebben.
Voorbeelden: Extractiemiddelen en Enzymen
Extractiemiddelen
Extractiemiddelen zijn oplosmiddelen die bij de bereiding van grondstoffen, eet- of drinkwaren, componenten of ingrediënten daarvan worden gebruikt voor extracties.
Enzymen
Enzymen zijn eiwitten die reacties in levende organismen versnellen, en daardoor invloed hebben op het productieproces.
Geen E-nummer aroma's
Aroma's zijn stoffen die gebruikt worden in of op levensmiddelen om hieraan geur en/of smaak te geven.
| Bron: Corien Maljaars | Copyright: Medic Info | Datum: 20/12/2011 |


