Gezond leven
 
Levensfase
 
Medisch
 
Spreekuur
 
SlapenReizenVoedingMentaal fitBewegen en gezondheidAlternatieve geneeswijzenArbeid en gezondheidGezond gebitDrugs, alcohol en tabakZwangerschapBaby'sKinderenJongerenVrouwenMannenSeniorenChronische ziektesHart - en vaatziektesMedische encyclopediePsychische AandoeningenGeneesmiddelenatlasBorstkankerAfasieArtroseAstmaDementieDepressieDiabetesHoge bloeddrukHoofdpijnIncontinentieLeven met een chronische ziekteMantelzorgRugpijnSporten met een beperkingVoedselallergieVraag het de deskundigeGa ik hiermee naar de dokter?Symptomen ScanHet virtuele consultatiebureau
 

Kwaadaardige gezwellen van de hersenen (hersentumor)

Tell a friendPagina afdrukken
 

Inleiding

Kwaadaardige gezwellen van de hersenen groeien meestal snel, zaaien uit naar het omringende gezonde hersenweefsel en komen na behandeling vaak terug. Uitzaaiing naar andere delen van het lichaam vindt zelden plaats. De ernst van een kwaadaardig gezwel van de hersenen is afhankelijk van het type, de grootte en de plaats in de hersenen. De medische term is maligne hersentumor.

Kwaadaardige gezwellen van de hersenen kunnen worden verdeeld in primaire en secundaire gezwellen (uitzaaiingen). Primaire gezwellen ontstaan in cellen die zich normaal in de hersenen bevinden. Ze worden verder ingedeeld op basis van het type hersencel waaruit ze zijn ontstaan en het gedeelte van de hersenen waar ze zich bevinden. Daarnaast heeft de Wereld Gezondheidsorganisatie een classificatiesysteem ontwikkeld om de ernst ofwel de mate van kwaadaardigheid van een hersengezwel aan te geven. Deze classificatie is gebaseerd op de mate van afwijking die de cellen van het gezwel onder een microscoop vertonen en op de snelheid waarmee het gezwel groeit en zich uitzaait. Op basis hiervan zijn enkele verschillende primaire kwaadaardige hersengezwellen geïdentificeerd.

Het maligne astrocytoom is een primair gezwel dat ontstaat in de zogenoemde astrocyten, de stervormige cellen. Hieronder vallen het anaplastisch astrocytoom en het glioblastoom multiforme. Meestal komen deze gezwellen voor in de hersenhelften, maar ze kunnen zich ook in de kleine hersenen (cerebellum) of hersenstam voordoen. Het glioblastoom multiforme is het meest voorkomende hersengezwel bij volwassenen.

Het maligne oligodendroglioom is een ander type primair gezwel. Dit gaat uit van de oligodendrocyten, een type hersencellen, en komt meestal in de voorhoofdskwabben van de grote hersenen voor en minder vaak in de slaapkwabben of in de achterhoofdskwab.

Het kwaadaardig ependymoom ontstaat in de cellen die de hersenkamers bekleden. Dit gezwel komt meestal voor in de bodem van het vierde ventrikel maar soms ook in het centrale kanaal van het ruggenmerg.

Het medulloblastoom is een primair gezwel dat in zenuwcellen ontstaat. Dit komt voornamelijk bij kinderen en uitsluitend in de kleine hersenen.

Een glioom is een gezwel dat in verschillende hersencellen kan ontstaat. Het kan alle structuren van de thalamus en hypothalamus aantasten en ook in de middenhersenen, de pons en het verlengde merg voorkomen.

Een maligne meningeoom gaat uit van de hersen- en ruggenmergvliezen. Kwaadaardige gezwellen van de hersenen komen ten slotte ook voor in het gebied van de hypofyse en de pijnappelklier.

Secundaire gezwellen (uitzaaiingen) in de hersenen worden veroorzaakt door gezwellen die in andere delen van het lichaam zijn ontstaan. De kwaadaardige cellen worden door het bloed vervoerd, komen de hersenweefsels binnen en vormen daar nieuwe gezwellen. Uitzaaiingen in de hersenen zijn meestal afkomstig van long- of borstkanker.

Bij kinderen zijn hersengezwellen meestal primair, terwijl bij volwassenen in de hersenen meestal sprake is van uitzaaiingen.

Oorzaken

Kwaadaardige gezwellen van de hersenen komen zelden voor. De oorzaak is niet precies bekend. Soms zijn de gezwellen het gevolg van afwijkend of ontbrekend erfelijk materiaal. Enkele andere mogelijke oorzaken zijn blootstelling aan straling of aan kankerverwekkende chemische stoffen, aandoeningen van het afweersysteem en ongevallen. Ook mensen bij wie kanker in de familie voorkomt, lopen een iets hoger risico om een kwaadaardig hersengezwel te krijgen.

Hoewel hersengezwellen meestal bij volwassenen voorkomen, kunnen ze op elke leeftijd ontstaan. Bij kinderen komen kwaadaardige hersengezwellen het meest voor tussen het 3e en 12e levensjaar. Bij volwassenen komen ze vaker voor naarmate mensen ouder worden, met een piek bij het 55e tot 65e levensjaar. Met uitzondering van het maligne meningeoom komen alle hersengezwellen iets vaker voor bij mannen.

Verschijnselen

De verschijnselen zijn afhankelijk van type, omvang en plaats van het gezwel. Ze beginnen langzaam en mogelijk merkt de patiënt er aanvankelijk niets van. Klachten ontstaan doordat het gezwel op een zenuw drukt of een bepaald deel van de hersenen beschadigt, of doordat de hersenen opzwellen. Tevens kan hersenvloeistof zich binnen de schedel ophopen doordat de doorstroming geblokkeerd is. Hierdoor ontstaat een verhoogde hersendruk of een waterhoofd.

Verschijnselen die vervolgens kunnen optreden zijn hoofdpijn (vooral ’s ochtends), misselijkheid, braken, duizeligheid, stoornissen van het gezichtsvermogen, hersenbloedingen en toevallen. Een toeval is vaak het eerste teken van een gezwel binnen de schedel.

Soms treden bewustzijnsveranderingen, gedragsstoornissen, persoonlijkheidsveranderingen, een eenzijdige verlamming of verstandelijke achteruitgang op. Tevens komen geheugenverlies, concentratiestoornissen, spraakstoornissen, stoornissen van de tast- en reukzin en een verminderde functie van de hypofyse voor.

Behalve deze algemene kenmerken kunnen specifieke verschijnselen optreden. Aan de hand hiervan kan mogelijk worden vastgesteld om welk type gezwel het gaat. Zo veroorzaken gezwellen van de voorhoofdskwabben meestal een verandering van de persoonlijkheid, verstandelijke achteruitgang en epilepsie. Daarnaast kunnen een lichte verzwakking van de spieren in het gelaat, spraakstoornissen en een spastische eenzijdige verlamming ontstaan. Gezwellen van de slaapkwabben kunnen ook een eenzijdige verlamming veroorzaken, in combinatie met stoornissen van het gezichtsvermogen, epilepsie en spraakstoornissen. Gezwellen van de wandbeenkwab leiden ertoe dat het oriëntatievermogen verstoord is. Gezwellen van de achterhoofdskwab leiden tot stoornissen van het gezichtsvermogen. Gezwellen van de thalamus en de basale ganglia leiden meestal tot verstoorde bewegingen en zintuiglijke waarnemingen en soms tot een verminderd bewustzijn. Gezwellen in het gebied van de hypothalamus gaan vooral bij kinderen vaak gepaard met een groeiachterstand en met diabetes insipidus. Soms is de puberteit vervroegd of verlaat. Gezwellen van de hersenstam leiden vaak tot braken (meestal vlak na het opstaan), onhandig lopen, spierverzwakking aan één zijde van het gezicht, slikstoornissen, onduidelijke of nasale spraak, doofheid en stoornissen van het gezichtsvermogen. Bij gezwellen van de kleine hersenen ontstaat vaak een verstoord coördinatievermogen (ataxie) en een waterhoofd (hydrocefalus). Gezwellen in het gebied van de achterste schedelbasisgroeve bevinden zich in de kleine hersenen, het verlengde merg of de pons. Ze leiden tot uiteenlopende verschijnselen als een stijve nek, onvermogen om het hoofd recht te houden, regelmatig terugkerende hoofdpijn (vooral ’s ochtends), snelle en repetitieve bewegingen van de oogbollen (nystagmus), verlamming van de zesde en zevende hersenzenuw, doofheid, verzwakking van het gehemelte en lusteloosheid. Uiteindelijk kan zelfs een toestand van diepe bewusteloosheid (coma) ontstaan.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van het verhaal van de patiënt, de medische voorgeschiedenis en de verschijnselen. Tevens worden lichamelijk en aanvullend onderzoek verricht.

Bij het lichamelijk onderzoek wordt bepaald welk deel van de hersenen is aangedaan. Bewegingen, coördinatie, reflexen en gevoeligheid worden nagekeken en tevens worden de functies van de hersenzenuwen zorgvuldig onderzocht. Ook hart, longen, buikholte, huid en verschillende andere organen worden onderzocht om vast te stellen of er uitzaaiingen zijn. Beeldvormende onderzoeken, zoals een röntgenfoto, CT- of MRI-scan van de hersenen, worden uitgevoerd om de diagnose te bevestigen. Soms wordt daarnaast gebruikgemaakt van angiografie om de relatie van het gezwel met grote bloedvaten in de hersenen aan te tonen. Dit onderzoek is vooral nuttig bij de voorbereiding van een hersenoperatie. Met een andere beeldvormingstechniek, de zogenoemde positronemissietomografie (PET-scan), wordt een beeld verkregen van de stofwisselingsactiviteit van de hersenen. Dit is in sommige gevallen een zeer bruikbaar hulpmiddel voor de diagnose. Ten slotte zijn bloed- en urineonderzoek, hersenfilmpjes en psychologische onderzoeken mogelijk.

De diagnose wordt meestal bevestigd door een biopsie. Hierbij wordt een stukje uit het gezwel weggenomen en onder de microscoop bekeken. Op deze wijze kan worden bepaald of en welke behandeling nodig is.

Behandeling

Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden voor kwaadaardige gezwellen van de hersenen die afzonderlijk of in verschillende combinaties kunnen worden toegepast. Dit zijn een operatie, geneesmiddelen (chemotherapie) en bestraling (radiotherapie). De behandeling is afhankelijk van type, plaats en grootte van het gezwel, het stadium van de ziekte en de algehele gezondheidstoestand van de patiënt.

Bij de meeste kwaadaardige gezwellen van de hersenen is een operatie de voorkeursbehandeling, vooral als deze kan worden uitgevoerd zonder beschadiging van het gezonde weefsel eromheen. De operatie is erop gericht de overlevingsduur te verlengen en de kwaliteit van leven van de patiënt te verhogen. Afhankelijk van hoe toegankelijk de tumor is, kan deze volledig of gedeeltelijk worden verwijderd.

Bestraling is vooral geschikt voor gezwellen die zich naar andere delen van het lichaam uitzaaien. Bestraling kan gedurende enkele weken worden gegeven maar leidt meestal niet tot genezing. De overleving wordt er wel door verlengd en meestal verbeteren de verschijnselen ook.

Ten slotte kunnen geneesmiddelen worden toegediend die kankercellen doden. Genezing treedt hierbij meestal niet op; ze worden vooral gegeven bij terugkerende en langzaam groeiende gezwellen. Kwaadaardige gezwellen van de hersenen zijn gevoelig voor verschillende soorten geneesmiddelen.

Tevens wordt behandeling ingesteld gericht op het verlichten van de verschijnselen. Zo kunnen corticosteroïden verlichting brengen bij klachten veroorzaakt door een verhoogde hersendruk, omdat ze de zwelling van de hersenen verminderen. Bij een ernstig waterhoofd kan het nodig zijn een verbinding tussen de hersenkamers en het buikvlies (ventriculoperitoneale shunt) aan te brengen. In geval van epilepsie worden geneesmiddelen (anti-epileptica) voorgeschreven. Antibiotica worden voorgeschreven om infecties te bestrijden.

Daarnaast zouden hormonale geneesmiddelen, immuuntherapie (gebruikmaken van het afweersysteem van de patiënt), stereotactische radiochirurgie (gebruikmaken van sterk geconcentreerde stralingsbundels) en gentherapie (het inbrengen van erfelijk materiaal in cellen) mogelijk geschikt zijn om hersengezwellen te behandelen.

Veel patiënten met kwaadaardige gezwellen en hun gezinsleden hebben depressieve verschijnselen. Daarom worden vaak uitgebreide psychologische ondersteuning en neuropsychologische therapie aangeboden. Tevens zijn er verschillende therapieën mogelijk om te leren omgaan met de invaliditeit die door het gezwel is ontstaan, zoals fysiotherapie, ergotherapie en logopedie. Deze revalidatie is erop gericht de lichamelijke, psychologische en sociale aanpassing te bevorderen, de zelfstandigheid in het dagelijks leven te stimuleren en complicaties te voorkomen. Afhankelijk van de mate van invaliditeit kunnen hulpmiddelen en aanpassingen nodig zijn. Soms dient het huis van de patiënt te worden aangepast.

Soms komen kwaadaardige gezwellen van de hersenen na behandeling terug. In dat geval is verdere behandeling moeilijk. Wanneer het gezwel gemakkelijk toegankelijk is, kan opnieuw een operatie worden uitgevoerd. Teruggekeerde gezwellen zijn echter meestal groot en dan is chemotherapie de enige behandelingsmogelijkheid.

De prognose van kwaadaardige gezwellen van de hersenen loopt uiteen. Door een vroege diagnose en snelle behandeling zijn de overlevingskansen en de kwaliteit van leven van de patiënt beter. Vaak is het gezwel echter moeilijk volledig te verwijderen doordat het zich naar het omringende gezonde hersenweefsel heeft uitgezaaid. Dit heeft een slechte prognose. Het overlevingspercentage wordt nog verder verlaagd door uitzaaiing naar andere organen en door terugkeer van het gezwel.

Meer informatie

Meer informatie over geneesmiddelen kunt u vinden in de Geneesmiddelenatlas.

Informatie over kwaadaardige gezwellen
www.hersenstichting.nl
www.neurologie.nl
www.nvvn.org (hersentumoren)
www.nvvn.org [(zeldzame) kindertumoren]

Informatie over hersentumoren bij kinderen
www.kinderneurologie.eu (tumoren in het algemeen)
www.kinderneurologie.eu (radiotherapie)
www.kinderneurologie.eu (medulloblastoom)
www.kinderneurologie.eu (neuroblastoom)

Informatie over uitzaaiingen
www.hersentumor.nl
www.nvvn.org

Informatie over astrocytomen
www.kinderneurologie.eu (pilocytair astrocytoom)

Informatie over glioblastoma multiforme
www.hersentumor.nl

Informatie over ependymomen
www.hersentumor.nl
www.kinderneurologie.eu

Informatie over gliomen
www.hersentumor.nl (glioom)
www.hersentumor.nl (hersenstamglioom)
www.kinderneurologie.eu

Informatie over tumoren van de pijnappelklier
www.kinderneurologie.eu

Informatie over hypofysetumoren
www.hersentumor.nl

Algemene informatie over hersentumoren
www.merckmanual.nl
www.kwfkankerbestrijding.nl
www.wg-hersentumoren.be
nl.wikipedia.org/wiki/Hersentumor
www.hersentumor.nl

Hijdra, A., Koudstaal, P.J. and Roos, R.A.C. (2003), Kwaadaardige intracraniële tumoren, in Neurologie, 3rd ed, Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen.

(Engels) Covarrubias, D.J., Rosen, B.R. and Lev, M.H. (2004), “Dynamic magnetic resonance perfusion imaging of brain tumors”, Oncologist, vol. 9, no. 5, September, pp. 528-537 (USA)
theoncologist.alphamedpress.org

(Engels) Grossman, S.A. and Batara, J.F. (2004), “Current management of glioblastoma multiforme”, Semin Oncol, vol. 31, no. 5, October, pp. 635-644 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov

(Engels) National Cancer Institute (2004), Adult Brain Tumors: Treatment, [Online 2005, March 30] (USA)
www.cancer.gov

(Engels) National Cancer Institute (2003), What You Need To Know About Brain Tumors, [Online 2005, March 30] (USA)
www.nci.nih.gov

(Engels) National Institute of Neurological Disorders and Stroke (2005), Brain and Spinal Tumors: Hope Through Research, [Online 2005, March 30] (USA)
www.ninds.nih.gov

(Engels) Rood B.R., Macdonald, T.J. and Packer, R.J. (2004), “Current treatment of medulloblastoma: recent advances and future challenges”, Semin Oncol, vol. 31, no. 5, October, pp. 666-675 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov

(Engels) University of Maryland Medical Center (2002), Brain Tumors: Primary, [Online 2005, March 30] (USA)
www.umm.edu

(Engels) University of Virginia Health System (2004), Brain Tumors [Online 2005, March 30] (USA)
www.healthsystem.virginia.edu

Bailey, C.C. and Spooner, D. (1995), Brain Tumours in Children, in: Peckham, M., Pinedo, H.M. and Veronesi, U. (eds), Oxford Textbook of Oncology, vol. 2, Oxford University Press, New York. (Engels)

Black, K.L., Gruber, M.L. and Selch, M.T (1995), Brain, in: Haskell, C.M. (ed), Cancer Treatment, 4th ed, W.B. Saunders Company, London. (Engels)

Brada, M. and Thomas, D.G.T. (1995), Tumours of the Brain and Spinal Cord in Adults, in: Peckham, M., Pinedo, H.M. and Veronesi, U. (eds), Oxford Textbook of Oncology, vol. 2, Oxford University Press, New York. (Engels)

Cohen, M.E. (2000), Primary and Secondary Tumors of the Central Nervous System, in: Bradley, W.G., Daroff, R.B., Fenichel, G.M. and Marsden, C.D. (eds), Neurology in Clinical Practice, 3rd ed, vol. 2, Butterworth-Heinemann, Boston. (Engels)

Frosch, M.P., Anthony, D.C. and Girolami, U.D. (2004), The Central Nervous System, in: Kumar V., Abbas, A.K. and Fausto, N. (eds), Robbins and Cotran Pathologic Basis of Disease, 7th ed, Saunders, Philadelphia. (Engels)

Louis, D.N. and Cavenee, W.K. (2001), Molecular biology of CNS Neoplasms, in: DeVita, V.T. Jr, Hellman, S. and Rosenberg, S.A. (eds), Cancer – Principles & Practice, 6th ed, Lippincott Williams & Wilkins, London. (Engels)

Levin V.A., Leibeland, S.A. and Gutin, P.H. (2001), Neoplasm of the Central Nervous System, in: DeVita, V.T. Jr, Hellman, S. and Rosenberg, S.A. (eds), Cancer – Principles & Practice, 6th ed, Lippincott Williams & Wilkins, London. (Engels)

Sagar, S.M. and Israel, M.A. (2001), Primary and Metastatic Tumors of the Nervous System, in: Braunwald, E., Fauci, A.S., Kasper, D.L., Hauser, S.L., Longo, D.L. and Jameson, J.L. (eds) Harrison’s Principles of Internal Medicine, 15th ed, vol. 2, McGraw-Hill, London. (Engels)

Vandenberg, S.C. and Lopes, M.B.S. (1999), Classification, in: Berger, M.S. and Wilson, C.B. (eds), The Gliomas, W.B. Saunders Company, London. (Engels)

Bron: LSHTM Copyright: Medicinfo Datum: 10/09/2008