Gezond leven
 
Levensfase
 
Medisch
 
Spreekuur
 
SlapenReizenVoedingMentaal fitBewegen en gezondheidAlternatieve geneeswijzenArbeid en gezondheidGezond gebitRoken, alcohol en drugsZwangerschapBaby'sKinderenJongerenVrouwenMannenSeniorenChronische ziektesHart - en vaatziektesMedische encyclopediePsychische AandoeningenGeneesmiddelenatlasBorstkankerAfasieArtroseAstmaDementieDepressieDiabetesHoge bloeddrukHoofdpijnIncontinentieLeven met een chronische ziekteMantelzorgRugpijnSporten met een beperkingVoedselallergieVraag het de deskundigeGa ik hiermee naar de dokter?Symptomen ScanHet virtuele consultatiebureau
 

Uitstrijkje

Tell a friendPagina afdrukken
 

Inleiding

Het uitstrijkje is een inwendig onderzoek waarbij cellen uit het slijmvlies van de baarmoederhals worden weggehaald. Deze worden vervolgens onder de microscoop onderzocht. Een uitstrijkje wordt gemaakt om baarmoederhalskanker vroegtijdig op te sporen. De baarmoederhals is het onderste, nauwe deel van de baarmoeder.

Het onderzoek vindt plaats via het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker. Alle vrouwen tussen de dertig en zestig jaar worden elke vijf jaar opgeroepen om een uitstrijkje te laten maken. Zo kan de arts een voorstadium of vroege vormen van baarmoederhalskanker op het spoor komen.

Indicatie

Een uitstrijkje kan worden gedaan:

  • bij alle vrouwen tussen de dertig en zestig jaar die zijn opgeroepen voor het bevolkingsonderzoek. Deze oproep krijgen zij via de post.
  • bij vrouwen met klachten die kunnen wijzen op (een voorstadium van) baarmoederhalskanker. Dit zijn klachten als:
    - vaginale bloeding(en) tijdens of na de geslachtsgemeenschap.
    - vaginale bloeding(en) na de menopauze.
    - vaginale bloeding(en) tussen twee menstruaties in.
    - ongewone vaginale afscheiding.

Bij deze of andere klachten moet contact opgenomen worden met de huisarts. Ook als er kort geleden nog een uitstrijkje gedaan is voor het Bevolkingsonderzoek.

Het onderzoek

De huisarts of zijn assistente voert het uitstrijkje uit. Voordat het onderzoek plaatsvindt, wordt een aantal vragen gesteld over anticonceptiegebruik en de menstruele cyclus. Als de vrouw ongesteld is, kan het onderzoek beter worden uitgesteld.

Aanbevolen wordt om voorafgaand aan het onderzoek naar het toilet te gaan. Met een volle blaas of darm kan het uitstrijkje een vervelend gevoel geven. Daarna gaat de vrouw met ontbloot onderlichaam en met opgetrokken knieën in de speciale beensteunen op de onderzoekstafel liggen. Om de baarmoedermond goed zichtbaar te maken, wordt er een eendenbek (speculum) in de vagina geschoven. De eendenbek kan voor het inbrengen onder de warme kraan worden gehouden, zodat deze niet zo koud is.

Daarna wordt met een speciaal borsteltje of spatel wat slijm van de baarmoedermond afgestreken. Het afstrijken van het slijm kan een vervelend gevoel geven. Het slijm wordt op een glaasje uitgestreken of in een potje gedaan. Vervolgens wordt het opgestuurd en in een laboratorium onder de microscoop bekeken.

Na het onderzoek verliezen vrouwen soms wat vaginaal bloed, doordat de baarmoedermond aangeraakt is. Het maken van een uitstrijkje duurt ongeveer tien minuten.

Resultaten

Na drie tot vijf weken wordt de uitslag van het onderzoek per brief thuisgestuurd. Als er afwijkingen zijn gevonden, belt de huisarts de vrouw van tevoren op.

Een uitstrijkje wordt meestal beschreven met Pap-codes. Een Papuitslag loopt van 0 tot 5. Hoe hoger het cijfer, hoe meer afwijkingen er op het uitstrijkje te zien zijn. Als er niks aan de hand is, krijgt de vrouw vijf jaar later automatisch een oproep om een nieuw uitstrijkje te laten maken.

De uitslag kan zijn:

  • Het uitstrijkje is niet te beoordelen.
    Dit kan komen doordat er bijvoorbeeld te weinig baarmoedercellen te zien zijn of er te veel bloed bij de cellen zit. Zes weken later wordt dan een nieuw uitstrijkje gemaakt. Dit komt overeen met Pap 0.

  • Er zijn geen afwijkingen.
    Het uitstrijkje laat normale baarmoedercellen zien. Herhaling van het uitstrijkje is na vijf jaar nodig. Dit komt overeen met Pap 1.

  • Er is een lichte afwijking.
    Dit kan Pap 2 zijn: in deze situatie zijn enkele baarmoedercellen anders. Duidelijke afwijkingen zijn er niet. Ook kunnen er bijvoorbeeld bacteriën of schimmels te zien zijn door een vaginale infectie. Een uitslag Pap 2 wijst niet op een voorstadium van baarmoederhalskanker. Er wordt zes maanden later opnieuw een uitstrijkje gemaakt.


    De uitslag kan ook Pap 3a1 zijn. Er zijn dan licht afwijkende cellen op het uitstrijkje te zien, ook wel lichte of matige dysplasie genoemd. Deze kunnen weer verdwijnen. In het geval van dysplasie wordt het uitstrijkje zes maanden later herhaald. Daarnaast kan een vrouw worden verwezen naar de gynaecoloog voor een eenvoudige behandeling aan de baarmoederhals.

  • Ernstige afwijking.
    Dit komt overeen met de stadia Pap 3a2, Pap 3b, Pap 4 of Pap 5. Bij deze uitslagen zijn er meerdere en meer afwijkende cellen gevonden dan bij Pap 3a1. Er kan sprake zijn van (een voorstadium van) baarmoederhalskanker. Bij deze uitslag wordt de vrouw voor verder onderzoek en behandeling doorverwezen naar de gynaecoloog. Een voorstadium van baarmoederhalskanker is eenvoudig te behandelen.

Bij een op de honderd vrouwen wordt een ernstige afwijking gevonden bij het uitstrijkje in het kader van het Bevolkingsonderzoek.

Vervolgstap bij kleine afwijkingen

Bij kleine afwijkingen wordt het uitstrijkje zes maanden later herhaald. Vaak verdwijnen deze afwijkingen in de tussentijd vanzelf. Tegelijk met het herhalingsuitstrijkje wordt onderzocht of de vrouw besmet is met HPV.

Is de uitslag van het uitstrijkje opnieuw Pap 2, dan wordt de vrouw doorverwezen naar de gynaecoloog. Is het uitstrijkje normaal, dan is het volgende uitstrijkje pas vijf jaar later weer nodig.

Verwijzing naar de gynaecoloog

Wanneer er (een voorstadium van) baarmoederhalskanker wordt vermoed, verwijst de huisarts de vrouw door naar de gynaecoloog. Die doet een vaginaal onderzoek en maakt eventueel een nieuw uitstrijkje.

Ook kan de gynaecoloog een colposcopie doen. Bij dit onderzoek wordt de baarmoederhals van binnen bekeken. Ook kan weefsel (biopt) worden weggenomen voor onderzoek. In dat laatste geval wordt een stukje van het afwijkende weefsel weggenomen (biopsie). Dit wordt vervolgens onder de microscoop onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen.

Meer informatie

Informatie van het RIVM over het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker
www.rivm.nl/Onderwerpen/Onderwerpen/B/Bevolkingsonderzoek_baarmoederhalskanker/Het_maken_van_een_uitstrijkje

Informatie van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)
www.vrouwenarts.nl/media/pdf/56%20het%20uitstrijkje%20van%20de%20baarmoederhals.pdf

Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGPatientenbrieven/NHGPatientenbrief/PBU6a.htm

Informatie van KWF Kankerbestrijding
http://kanker.kwfkankerbestrijding.nl/soorten-kanker/Pages/baarmoederhalskanker---het-uitstrijkje-het-uitstrijkje.aspx

Heineman et al. Obstetrie en gynaecologie. De voortplanting van de mens. Zesde druk. Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen, 2007.

Bron: Medicinfo Copyright: Medicinfo Datum: 13/06/2013