Gezond leven
 
Levensfase
 
Medisch
 
Spreekuur
 
ReizenVoedingMentaal fitBewegen en gezondheidArbeid en gezondheidGezond gebitLeven met een chronische ziekteDrugs, alcohol en tabakZwangerschapBaby'sKinderenJongerenVrouwenMannenSeniorenChronische ziektenPsychische aandoeningenOnderzoek en behandelingAlternatieve geneeswijzenMedische encyclopedieGeneesmiddelenatlasBorstkankerAfasie, wat nu?Leven met artroseLeven met astmaDementieDepressieDiabetes, wat nu?Hoge bloeddruk, wat nu?HoofdpijnZorgen voor een anderSporten met een beperkingVoedselallergie, wat nu?Leven met rugpijnIncontinentieVraag het de deskundigeGa ik hiermee naar de dokter?Symptomen ScanHet virtuele consultatiebureauDe virtuele oogarts
 

Plaatselijke verdoving

Pagina afdrukkenTell a friend
 

Inleiding

Plaatselijke verdoving zorgt ervoor dat u op een bepaalde plaats geen pijn of andere prikkelingen voelt, doordat de zenuwen die met dat gedeelte van het lichaam zijn verbonden, in hun werking worden geblokkeerd. Een plaatselijke verdoving kan op verschillende manieren worden toegediend. Dit is afhankelijk van het soort operatie, de bereidheid en het vermogen van de patiënt hieraan mee te werken en de voorkeur van de chirurg en de anesthesist. Plaatselijke verdoving is de traditionele en veiligste methode voor de meeste kleine chirurgische ingrepen.

Soorten plaatselijke verdoving

Een plaatselijke verdoving kan worden toegediend op de volgende wijzen:
  • Oppervlakte-anesthetica worden direct op de huid of het slijmvlies (de bekleding van de binnenkant) van de neus of de mond aangebracht, bijvoorbeeld met een verstuiver (spray).
  • Lokale injectie is de meest gebruikte methode: het verdovingsmiddel wordt in het betreffende gedeelte van het lichaam gespoten, meestal direct onder de huid rondom de plaats waar de ingreep plaatsvindt.
  • Regionale anesthesie blokkeert de hoofdzenuwen die verbonden zijn met het operatiegebied; een voorbeeld hiervan is de ruggeprik (intraspinale anesthesie).
  • Intraveneuze regionale anesthesie wordt meestal toegepast bij operaties aan armen of benen. Allereerst wordt er zoveel mogelijk bloed ontnomen aan de arm of het been waarop de operatie zal worden uitgevoerd door het lichaamsdeel omhoog te houden en/of er druk op uit te oefenen en het vervolgens te isoleren van de rest van de bloedsomloop met behulp van een tourniquet. De druk van de opgeblazen tourniquet op de aderen stop de toestroom van bloed, zodat de aderen kunnen worden gevuld met een middel voor plaatselijke verdoving, dat zich vervolgens verspreidt naar de zenuwen en een effectieve blokkade veroorzaakt. Omdat de toediening van de verdoving niet lang duurt, lijdt het lichaamsdeel geen schade door het gebrek aan bloed.

Voordelen van plaatselijke verdoving

Een van de belangrijkste voordelen van plaatselijke verdoving is dat de pijn direct na de operatie kan worden onderdrukt met lang werkende geneesmiddelen, of door de toediening van meer lokale anesthesie via een katheter. Daarnaast bestaat het vermoeden dat plaatselijke verdoving beter is voor patiënten die lijden aan ernstige longziekten.
Bij noodoperaties heeft plaatselijke verdoving het voordeel dat de beschermende hoestreflex intact blijft. We kennen allemaal wel het hevige hoesten wanneer we ons verslikken in het eten; doordat de hoestreflex blijft bestaan, kan de patiënt niet stikken in de maaginhoud. Bij een keizersnede wordt gebruikgemaakt van een ruggeprik (intraspinale anesthesie), zodat de baby geen nadelige effecten ondervindt van algemene anesthesie.
Dankzij de ontwikkeling van langer werkende middelen voor plaatselijke verdoving kunnen nu langer durende operaties worden uitgevoerd na een eenmalige toediening van het middel, en treden er minder problemen op door de giftigheid ervan.

Complicaties bij plaatselijke verdoving

Bij een zorgvuldige keuze van de wijze van verdoven wordt rekening gehouden met de soort operatie of ingreep, de toestand van de patiënt en mogelijke complicaties.
Complicaties kunnen lokaal of systemisch (algemeen) zijn. Mogelijke lokale complicaties kunnen onder andere bestaan uit infecties en bloedproppen, terwijl systemische complicaties kunnen worden veroorzaakt door een overdosis of een onbedoelde injectie in een van de bloedvaten. In het laatste geval is er eerst sprake van een abnormaal branderig of prikkelend gevoel rond de mond en een licht gevoel in het hoofd. De patiënt kan half bewusteloos raken en stuiptrekkingen of hartproblemen krijgen. Enkele moderne vormen van plaatselijke verdoving zijn beter beveiligd tegen dit soort problemen.
Sommige vormen van plaatselijke verdoving, zoals de ruggeprik, kunnen een verlaging van de bloeddruk tot gevolg hebben, hetgeen in bepaalde gevallen tijdens de operatie een groter risico kan opleveren dan algemene anesthesie. Daarnaast kunnen er allergische reacties optreden bij het gebruik van plaatselijke verdoving.

Werkingsduur van verschillende soorten plaatselijke verdoving

De werkingsduur van plaatselijke verdoving varieert van middel tot middel. Het begin van de verdoving kan worden versneld door het toevoegen van adrenaline, dat bovendien de duur van de verdoving verlengt. Door het gebruik van adrenaline kan ook een hogere dosis worden toegediend, aangezien het verdovingsmiddel dan langzamer wordt opgenomen in de bloedsomloop.

Situaties waarbij een plaatselijke verdoving wordt afgeraden

Plaatselijke verdoving kan niet worden gebruikt wanneer de patiënt allergisch is voor de stof die wordt gebruikt, of wanneer hij lijdt aan een bloedingstoornis, zoals hemofilie, omdat er dan een bloedprop kan ontstaan.

Literatuur

Langford, R.M., Budd, K. (2000), Anaesthesia and pain relief, in: Russell, R.C.G., Williams, N.S. & Bulstrode, C.J.K. (eds), Bailey & Love's short practice of surgery, 23rd ed, Arnold, London.
Local Anaesthetic drugs, (users.dircon.co.uk)

Bron: LSHTM Copyright: Medic Info Datum: 07/07/2002
Het Zegel is niet bereikbaar, neem contact op met uw administrator
ADVERTENTIE