advertentie
Gezond leven
 
Levensfase
 
Medisch
 
Spreekuur
 
ReizenVoedingStressBewegen en gezondheidArbeid en gezondheidGezond gebitLeven met een chronische ziekteDrugs, alcohol en tabakZwangerschapBaby'sKinderenJongerenVrouwenMannenSeniorenChronische ziektenPsychische stoornissenOnderzoek en behandelingAlternatieve geneeswijzenMedische encyclopedieGeneesmiddelenatlasAfasie, wat nu?Leven met artroseLeven met astmaDementieDepressieDiabetes, wat nu?Hoge bloeddruk, wat nu?HoofdpijnZorgen voor een anderSporten met een beperkingVoedselallergie, wat nu?Leven met rugpijnIncontinentieVraag het de deskundigeGa ik hiermee naar de dokter?Symptomen ScanHet virtuele consultatiebureauDe virtuele oogarts
 
Home > Medisch > Chronische ziekten > Afasie, wat nu? > Bloeddruk, HELLP en pre-eclampsie

De bloeddruk in de zwangerschap

Pagina afdrukkenTell a friend
ADVERTENTIE
 

De normale aanpassingen van het bloed en de bloeddruk in de zwangerschap

De normale zwangerschap is een extra belasting voor het hart. Het circulerend bloedvolume neemt met veertig procent toe. Om dit extra volume te kunnen rondpompen, wordt het hart iets groter en kan dus meer bloed bevatten en gaat het hart 10 tot 15 slagen per minuut sneller kloppen.

Vroeg in de zwangerschap treedt er, ondanks de toegenomen hoeveelheid bloed, een daling van de bloeddruk op. Dit wordt veroorzaakt doordat de veranderende hormonen in de zwangerschap een vaatverslappende en vaatverwijdende werking hebben. Hierdoor ontstaat er dus minder druk in de vaten en daalt de bloeddruk.

De diastolische druk (onderdruk) daalt geleidelijk en is omstreeks 20-22 weken, 10 tot 15 mmHg lager dan buiten de zwangerschap. In het laatste trimester stijgt de diastolische druk weer tot de waarde van voor de zwangerschap. Een diastolische druk lager of gelijk aan 90 mmHg wordt als normaal beschouwd.

In de tweede helft van de zwangerschap drukt de groter wordende baarmoeder op de vaten in het bekken, hierdoor wordt de terugstroom van het bloed uit de benen bemoeilijkt en kunnen er makkelijk spataderen ontstaan. Sommige zwangere vrouwen kunnen niet op hun rug liggen en wordt duizelig als zij dat toch doen. Dit wordt veroorzaakt doordat de groter wordende baarmoeder de grote lichaamsader, de Vena Cava, (die naast de ruggenwervel loopt) kan dichtdrukken. Hierdoor kan het bloed niet meer terugstromen naar het hart. Dit heeft als gevolg dat de bloeddruk kan wegvallen waardoor de zwangere vrouw erg duizelig wordt. Als ze op haar zij draait, is het probleem opgelost en komt de circulatie weer goed op gang. De baby lijdt geen schade van deze korte onderbreking van de circulatie.

Hoe wordt de bloeddruk gemeten?

Bij iedere zwangerschapscontrole wordt de bloeddruk gemeten. Je krijgt een band om je bovenarm, die wordt opgeblazen. Dit kan even een knellend gevoel geven. De band is verbonden met de bloeddrukmeter. Door het oppompen van de band wordt het bloedvat dichtgedrukt en is er dus even geen bloedstroom. De verloskundige zal met een stethoscoop in je elleboogplooi luisteren en langzaam de lucht uit de band laten lopen. Zodra het vat weer voldoende geopend is om de bloedstroom weer op gang te laten komen, hoort de verloskundige het kloppen van het vat, dit is de bovendruk (systolische druk). Als het vat weer helemaal open is en het bloed kan weer vrij stromen, dan verdwijnt het kloppende geluid. Op het moment dat het kloppen stopt, leest de verloskundige de bloeddrukmeter weer af en dit is de onderdruk (diastolische druk). Bij zijligging is de bloeddruk het betrouwbaarst. Bij twijfel of de bloeddruk te hoog is, zou in zijligging gemeten moeten worden.

Spanning, angst en inspanning kunnen de bloeddruk tijdelijk verhogen. Het is dan ook verstandig om te zorgen dat je op tijd bent voor je afspraak zodat je niet hoeft te gaan rennen en hijgend aan de bloeddrukmeter zit. De waarden van de bloeddruk kan wisselen, dit is heel normaal.

Zwangerschaps-hoge bloeddruk (pregnancy induced hypertension) en de verschillende vormen

We spreken van zwangerschapshypertensie als de diastolische (onderdruk) druk na de 20e week van de zwangerschap hoger wordt dan 90-95. Hoewel er in de meeste praktijken en ziekenhuizen alleen gekeken wordt naar de diastolische (onder) druk, zijn er aanwijzingen dat een stijging van de systolische druk (bovendruk) boven de 140 mmHg ook schadelijk kan zijn. De verhoogde bloeddruk moet twee keer gemeten zijn met minimaal 4 uur tijdsverschil. Omdat de bloeddruk in de eerste weken van de zwangerschap daalt, kun je pas zeker zeggen dat het een zwangerschapshypertensie is als 6 weken na de bevalling de bloeddruk weer gedaald is tot onder de 90 mmHg. Een hypertensie die reeds voor de 20e week van de zwangerschap bestaat, wordt niet veroorzaakt door de zwangerschap en is een hypertensie die ook buiten de zwangerschap bestaat.

10% van de zwangerschappen wordt gecompliceerd met hypertensie. Hiervan is 70% veroorzaakt door de zwangerschap en bij 30% blijkt het een hypertensie te zijn die ook buiten de zwangerschap bestaat.


Een ernstige vorm van hypertensie is pre-eclampsie, ook wel zwangerschapsvergiftiging of toxicoxe genoemd. We spreken van pre-eclampsie als er naast de hypertensie ook meer dan 300 milligram eiwit per 24 uur in de urine wordt uitgescheiden. Daarom zal de verloskundige ook altijd je urine nakijken als je een hoge bloeddruk hebt. Eiwitten in je urine kunnen wijzen op schade aan de nieren, veroorzaakt door de hypertensie. Ook afscheiding (fluor) wat in de urine komt bij het plassen, zorgt voor eiwit in je urine. Als de verloskundige je vraagt om urine mee te nemen in verband met een hoge bloeddruk is het dan ook verstandig om een 'gewassen plas' aan te leveren. Dit houdt in dat je eerst een klein beetje plast gewoon in het toilet, dan stop je even met plassen, vervolgens poets je tussen je schaamlippen met een natte tissue of watje en daarna plas je weer een beetje. Deze plas vang je op in een potje en daarna plas je verder uit in het toilet. De verloskundige wil dus graag de middelste, schone, plas hebben. Het verlies van eiwitten kan wijzen op nierbeschadiging en vereist extra controle van diverse organen van de vrouw en de conditie van de baby.


Het HELLP-syndroom is een zeer ernstige vorm van hypertensie. Bij het HELLP-syndroom is er niet alleen sprake van eiwit verlies, en dus nierschade, maar ook van schade aan de lever en veranderingen in het bloed die bedreigend zijn voor moeder en kind. HELLP staat voor Hemolyse (bloedafbraak) Elevated Liver enzymes (verhoogde leverenzymen) en Low Platelets (lage bloedplaatjes). Dit betekent dus dat er verhoogde bloedafbraak is, leverschade en lage bloedplaatjes die voor de bloedstolling moeten zorgen. Hoewel het HELLP-syndroom bijna altijd gerelateerd wordt aan een hoge bloeddruk, heeft 15% van de vrouwen die het HELLP-syndroom krijgen geen hoge bloeddruk gehad. Het HELLP-syndroom is voor moeder en kind een levensbedreigende complicatie van de zwangerschap.


Pre-eclampsie , maar ook het HELLP-syndroom, kunnen (gelukkig zelden) overgaan in eclampsie. Bij eclampsie is er sprake van insulten (toevallen) die lijken op een toeval van epilepsie. Bij 1 op de 200 vrouwen met ernstige pre-eclampsie of HELPP treedt deze complicatie op. Eclampsie dient met spoed in het ziekenhuis te worden behandeld, het is een levensbedreigende situatie voor zowel moeder als kind.

Klachten

Bij een onderdruk van 90-95 zonder eiwitverlies zijn er meestal geen klachten. We spreken dan van een milde hypertensie. Klachten die kunnen worden veroorzaakt door een te hoge stijging van de bloeddruk en/of kunnen wijzen op pre-eclampsie en (erger nog) het HELLP syndroom zijn:

  • hoofdpijn
  • gezichtsstoornissen zoals zwarte vlekken of lichtflitsen zien, sterretjes zien, of vaag zien
  • plotseling vocht vasthouden en dan vooral in de handen en het gezicht (let op, vocht vasthouden kan ook een heel normaal
  • verschijnsel zijn in de zwangerschap, vooral in de voeten, enkels en handen)
  • beknellend gevoel rond de maagstreek en het hoofd(het zogenaamde bandgevoel)
  • misselijkheid en braken
  • geheel gevoel van malaise
  • tintelingen in de vingers
  • pijn in de bovenrug of tussen de schouderbladen

Dit is een rijtje van typische klachten passen bij pre-eclampsie of het HELLP syndroom. Deze klachten treden lang niet altijd allemaal op. Vaak hebben vrouwen vage klachten al last van de maagstreek/misselijkheid en extreem vocht vasthouden. Klachten kunnen ook in vlagen optreden en daarna weer een tijdje verdwijnen. Verder zijn een deel van de klachten ook vrij normaal in de zwangerschap. Tintelingen in je vingers wijzen vaker niet op een hoge bloeddruk dan wel en worden dan veroorzaakt door het vocht wat veel zwangere vrouwen vasthouden. Zo ook hoofdpijn of misselijkheid. Ook dit heeft heel vaak niets met een hoge bloeddruk te maken.
Maar als je je plotseling niet lekker voelt, één of meerdere van bovenstaande klachten hebt en vooral ineens veel vocht vasthoudt, neem dan altijd voor de zekerheid contact op met je verloskundige/huisarts of gynaecoloog.

Oorzaken

Hoewel er veel onderzoek gedaan is en wordt, naar de oorzaken van zwangerschapshypertensie (hoge bloeddruk veroorzaakt door de zwangerschap), weten we nog steeds niet zeker wat de oorzaak i Wel zijn er sterke aanwijzigen dat bepaalde zaken, vaak ik combinatie met elkaar, een rol spelen. Hieronder tref je een opsomming aan van zaken die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van zwangerschapshypertensie.

Afstoting van het lichaam
Ons lichaam heeft een ingebouwd afstotingsmechanisme tegen lichaamsvreemde stoffen of organen. Bij een orgaantransplantatie is dit bijvoorbeeld een groot probleem. Omdat er iets in het lichaam gebracht wordt wat niet van die persoon is, gaat het lichaam proberen dit orgaan of deze stof uit te stoten. Het hoort niet in het lichaam en moet dus vernietigd worden.
De foetus en placenta (moederkoek) zijn voor de helft ook lichaamsvreemd. Die helft is immers de helft die van de vader afkomstig is. Normaal gesproken zou je lichaam dit deel dus willen uitstoten. Het kent dit deel niet en herkent het als lichaamsvreemd.
Gelukkig gaat het afweersysteem tijdens de zwangerschap anders werken. Er vinden aanpassingen in het systeem plaats waardoor het lichaam de foetus en placenta niet als lichaamsvreemd zien en er geen afstoting plaatsvindt.
Bij zwangerschapshypertensie vindt de aanpassing van het afweersysteem niet plaats. Daardoor ziet het lichaam van de zwangere vrouw de foetus en placenta als lichaamsvreemd en probeert dit uit te stoten.

Bloedvatvernauwing
In de normale zwangerschap verwijden de bloedvaten onder invloed van de hormonen. De bloedvaten worden dus wijder wat goed is voor de doorbloeding van de placenta.
Bij een zwangerschap die gecompliceerd wordt door hypertensie zien we dat de bloedvatverwijdende functie niet goed werkt. Met andere woorden, de bloedvaten zijn nauwer wat een verhoging van de bloeddruk geeft. Er is immers meer bloed wat rond gepompt moet worden en als de vaten nauwer zijn geeft deze meer weerstand in de vaten en dus een stijging van de bloeddruk

Verhoogde stollingsneiging
Onderzoek heeft aangetoond dat bij ongeveer 60% van de vrouwen met zwangerschapshypertensie sprake is van een stollingsstoornis. Vrouwen die een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie hebben gehad, zouden 3 maanden na de bevalling onderzocht moeten worden op stollingsstoornissen. Er zijn verschillende stollingsstoornissen die allemaal een andere invloed hebben op de zwangerschap.
In de zwangerschap is er normaal gesproken een verminderde stollingsneiging.
Bij vrouwen met pre-eclampsie (een ernstige vorm van hypertensie) zien we dat de stollingsneiging is verhoogd. Hierdoor kunnen stolsels ontstaan die de vaatwandcellen kunnen beschadigen. Uit de beschadigde vaatwand kan vocht lekken wat het oedeem (vocht vasthouden) veroorzaakt.

Slechte placenta-ontwikkeling
Normaal gesproken groeien de vaten van de placenta in de baarmoederwand. Verder treden er veranderingen in de vaten op die ervoor zorgen dat de vaten minder weerstand bieden en wijder worden. Dit alles heeft als doel de doorbloeding naar het kind zo optimaal mogelijk te laten verlopen zodat het kind voldoende zuurstof en voedingsmiddelen krijgt.
Bij vrouwen met hypertensie wordt vaker gezien dat ingroei van de vaten van de placenta in de baarmoederwand minder goed is verlopen en dat de veranderingen in de vaten, die ervoor zorgen dat de vaten wijder zijn en minder weerstand bieden, niet optreden.
Doordat de vaatwand meer weerstand biedt, ontstaat er een vicieuze cirkel. Er worden meer stoffen geproduceerd die vaatwandvernauwend werken en het proces verergert zichzelf.
Een slechte ingroei van de vaten wordt echter ook gezien bij 43% van de vrouwen die geen hypertensie hebben. Dit alleen kan dus niet de oorzaak zijn van zwangerschapshypertensie. Zoals al eerder geschreven is het waarschijnlijk een combinatie van meerdere factoren.

Afwijkingen van de bloedsomloop
Zoals al eerder geschreven, neemt de hoeveelheid bloed in de zwangerschap toe. Normaal gesproken neemt de hoeveelheid plasma (het bloedvocht) meer toe dan de hoeveelheid bloedcellen. Met andere woorden: het bloed van een zwangere vrouw is dunner dan buiten de zwangerschap. Bij hypertensie zien we dat de toename van de hoeveelheid plasma minder groot is. Deze vrouwen hebben dus dikker en minder bloed dan andere zwangeren. Doordat er minder bloed is, zou de bloeddruk dalen. Om dit op te vangen, gaat het lichaam meer stoffen maken die de vaatwand vernauwen, bovendien gaat het hart sneller pompen. Door dit snelle doorstromen van het bloed in de nauwe vaten kan er schade ontstaan aan de vaatwand. Hierdoor kunnen stolseltjes ontstaan die er weer voor zorgen dat er een verhoogde weerstand in de bloedvaten komt met als gevolg een verhoging van de bloeddruk.

Stofwisselingsstoornissen
Bekend is dat vrouwen met suikerziekte een verhoogd risico lopen op hypertensie in de zwangerschap. Het is dan ook erg belangrijk om vóór de zwangerschap goed ingesteld te zijn zodat de bloedsuikers binnen de grenzen vallen.
Ook een te hoog cholesterolgehalte geeft waarschijnlijk een verhoogd risico van hypertensie. Vrouwen die zwanger willen worden doen er goed aan te zorgen voor een goed cholesterol gehalte en voor controle van de bloedsuikers.

Erfelijkheid

We weten dat erfelijke aanleg een rol speelt in het krijgen van zwangerschapshypertensie. We weten alleen nog niet hoe dit precies in zijn werk gaat.
Bekend is dat vrouwen van wie de moeder of zussen pre-eclampsie hebben gehad een verhoogd risico hebben om dit ook te krijgen. Als je moeder tijdens de zwangerschap van jou pre-eclampsie heeft gehad, is het risico zelfs nog wat groter.

Symptomen

Bij een onderdruk van 90-95 mmHg zonder eiwitverlies (pre-eclampsie) zijn er meestal geen klachten, we spreken dan van een milde hypertensie. Klachten die kunnen worden veroorzaakt door een te hoge stijging van de bloeddruk en/of kunnen wijzen op pre-eclampsie en (erger nog) het HELLP-syndroom zijn:
  • hoofdpijn
  • gezichtsstoornissen zoals zwarte vlekken of lichtflitsen zien, sterretjes zien, of vaag zien
  • plotseling vocht vasthouden en dan vooral in de handen en het gezicht (let op, vocht vasthouden kan ook een heel normaal verschijnsel zijn in de zwangerschap, vooral in de voeten, enkels en handen)
  • beknellend gevoel rond de maagstreek (het zogenaamde bandgevoel)
  • misselijkheid en braken
  • algeheel gevoel van malaise.
Dit rijtje is een opsomming van de typische klachten bij pre-eclampsie, maar daarnaast kunnen er ook andere klachten optreden die voor ieder anders kunnen zijn. Soms zijn deze klachten in vlagen aanwezig waarna ze weer voor korte of langere tijd verdwijnen. Vaak treden ze op tijdens de zwangerschap. Maar ook na de bevalling kunnen er nog klachten optreden bij een vrouw die eerst geen klachten had. De ernst van deze klachten lijkt meestal toe te nemen met de ernst van de ziekte. Dus hoe zieker de vrouw is, hoe meer en hoe heftiger haar klachten zullen zijn. Maar dat hoeft niet. Er zijn namelijk ook vrouwen met nauwelijks klachten, die toch een ernstige vorm van het HELLP-syndroom hebben. Sommige van deze klachten zijn wel te verlichten, maar echt helemaal verdwijnen tijdens de zwangerschap doen ze meestal niet. Belangrijk is wel om te onthouden, dat met behandeling van deze klachten nog niets wordt gedaan aan de oorzaak van de pre-eclampsie. Natuurlijk is het wel zo dat een pijnvrije situatie, indirect ook van voordeel is voor het kind, omdat er bij de moeder dan minder stresshormonen in het bloed zijn. Het gebruik van geneesmiddelen in de zwangerschap om de klachten te laten verminderen is vaak wel mogelijk maar niet altijd zonder risico. Ga daarom nooit zelf experimenteren maar vraag je verloskundige, huisarts of gynaecoloog om advies.

Complicaties tijdens de zwangerschap

De complicaties die bij hoge bloeddruk optreden, zijn sterk afhankelijk van de hoogte van de bloeddruk en het moment dat de stijging van de bloeddruk optreedt.
Bij een milde hypertensie, zonder eiwitverlies, zijn de risico's op complicaties meestal niet verhoogd. Zeker niet als de milde hypertensie pas laat in de zwangerschap optreedt.
Over het algemeen kun je zeggen, hoe vroeger de hoge bloeddruk optreedt en hoe hoger de bloeddruk stijgt, hoe hoger het risico op complicaties.
De onderstaande complicaties treden dan ook vooral op als de (ernstige) hypertensie vroeg in de zwangerschap ontstaat en/of gepaard gaat met eiwitverlies (pre-eclampsie).

Groeiachterstand en zuurstoftekort baby
Hoe vroeger de hypertensie optreedt, hoe vaker er sprake is van groeiachterstand bij de baby. Zoals eerder omschreven, wordt de doorbloeding naar de placenta slechter bij hypertensie. Hierdoor kan de baby een tekort krijgen aan voedingsstoffen en in ernstige gevallen ook een tekort aan zuurstof. Als een baby een tekort krijgt aan voedingsstoffen zal hij uiteraard minder goed groeien. Veel baby’s die geboren worden na een langdurige periode van zwangerschapshypertensie zijn dan ook te mager.
Als de bloeddoorstroming ernstig is verminderd, kan de baby in nood komen door zuurstoftekort. Vrouwen met ernstige hypertensie moeten dan ook alert zijn op de bewegingen van hun baby. Een baby waar het niet goed mee gaat, zal minder gaan bewegen. Nu beweegt natuurlijk niet ieder kind even veel of kan je kind ook slapen als je hem even niet zo goed voelt. Maar merk je echt een verandering in het bewegingspatroon of voel je je baby al een paar uur niet bewegen terwijl je er wel op hebt gelet, bel dan altijd je verloskundige of gynaecoloog.

Nier- en leverschade bij moeder
Bij pre-eclampsie en het HELLP syndroom kan er lever- en nierschade ontstaan.
Door de verhoogde druk in de vaten en de stolseltjes in het bloed, kunnen de vaten in de nieren ook beschadigd raken. Hierdoor kan er eiwit weglekken naar de urine. Door een stickje in de urine kan je verloskundige dit controleren. Bij hoge bloeddruk zal je verloskundige je dan ook altijd vragen urine mee te nemen. Door bijmenging van vaginale afscheiding in je urine kan er echter ook eiwit in je urine zitten. Het is dus belangrijk om geen afscheiding in je urine te hebben. Dit bereik je door altijd een zgn gewassen plas mee te nemen als je last hebt van hoge bloeddruk. Een gewassen plas krijg je door voor het plassen tussen je schaamlippen goed schoon te maken met watten en lauw water. Vervolgens plas je eerst een beetje in het toilet, dan plas je een beetje in het (schone) potje en vervolgens plas je uit in het toilet.
Als je verloskundige eiwit in je urine aantreft zal ze altijd een bloedonderzoek laten doen. Bij dit bloedonderzoek wordt onder andere gekeken naar de werking van nieren en lever.
Lever- een nierschade zijn meestal tijdelijk en verdwijnen enkele dagen na de bevalling.

Veranderingen in het bloed
Bij pre-eclampsie is er een kans dat de bloedstolling extra wordt geactiveerd. Hierdoor kunnen stolsels ontstaan die bloedvaatjes kunnen afsluiten of beschadigen. Doordat bloedvaatjes beschadigen kan vocht en eiwit uit de bloedbaan lekken. Dit wordt zichtbaar in de vorm van extreem oedeem, vocht vasthouden. Doordat het vocht uit de bloedbaan kan weglekken, wordt het bloed in de bloedbaan dikker en stroomt het nog minder makkelijk waardoor de bloeddruk nog verder kan stijgen. Doordat het lichaam neigt naar het vormen van stolsels, worden de bloedplaatjes verbruikt. Dit heeft als gevolg dat er minder vrije bloedplaatjes komen en bij een eventuele bloeding (of bij een operatie als een keizersnede) er onvoldoende bloedplaatjes zijn om het bloed te laten stollen (er is dan sprake van het HELLP-syndroom). Mocht er overwogen worden om de zwangerschap te beëindigen door middel van een keizersnede, dan is het van belang dat de bloedplaatjes eerst weer in normale aantallen beschikbaar zijn. Dit om ernstige, niet te stelpen, bloedingen bij de operatie te voorkomen.

Placenta-loslating
Een zeer gevaarlijke, maar gelukkig ook zeldzame, complicatie van pre-eclampsie is het loslaten van de placenta.
Als de placenta loslaat is het kind in direct gevaar. De zuurstofvoorziening van de baby loopt immers via de placenta en als die loslaat krijgt de baby dus geen zuurstof meer wat snel tot het overlijden van de baby kan leiden.
Symptomen van een placenta loslating zijn:
Heel harde pijnlijke buik. De buik is echt zo hard als een steen en ontspant niet.
Vaginaal bloedverlies.
Soms voorafgegaan door een periode waarin de baby weinig/niet beweegt.
Als je deze klachten ervaart moet je altijd direct je verloskundige of gynaecoloog bellen.
Helaas treden deze klachten niet altijd op.

Behandeling van hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP-syndroom

Behandeling van matige hypertensie
Bij een matig hoge bloeddruk, die laat in de zwangerschap ontstaat en waarbij er geen sprake is van complicaties als pre-eclampsie is rust en goede controle voldoende. Bij een onderdruk tot 95 mmHg zul je meestal gewoon bij de verloskundige onder controle mogen blijven. Meestal zal de verloskundige je iets vaker willen zien en dan je bloeddruk en urine controleren. Zolang de bloeddruk niet verder stijgt, er geen verlies is van eiwitten en geen klachten zijn zal er een afwachtend beleid worden aangehouden. Op hem moment dat er klachten optreden, de bloeddruk nog verder stijgt of er sprake is van eiwit verlies in de urine, zal de verloskundige je doorverwijzen naar de gynaecoloog. De gynaecoloog zal in eerste instantie je bloeddruk meten met een Dynamap. Dit is een automatische bloeddrukmeter die je bloeddruk over een langere periode meet en zo laat zien hoe je bloeddruk gedurende bijvoorbeeld een half uur is als je rust en op je zij ligt.

Naast de bloeddrukmeting zal de gynaecoloog bijna altijd een hartfilmpje (CTG) laten maken om te kijken hoe de conditie van de baby is. Verder zal er bloedonderzoek plaatsvinden om je lever- en nierfuncties te controleren en een aantal waarden in je bloed te checken. De bloeduitslagen geven een goed beeld van de conditie van de moeder. Afhankelijk van hoe ziek de moeder is, de hoogte van de bloeddruk, de conditie van de baby en de bloeduitslagen zal de gynaecoloog beslissen wat de beste behandeling in jouw situatie is. Soms kunnen dit poliklinische controles zijn. In een ander geval is ziekenhuisopname noodzakelijk om de conditie van moeder en kind continue te kunnen controleren. Als de bloeduitslagen goed blijven, is het vaak mogelijk de zwangerschap in stand te houden en eventueel de bevalling in te leiden als de zwangerschap ver genoeg gevorderd is. Als de zwangerschap nog niet ver genoeg gevorderd is om de bevalling in te leiden, kan het soms nodig zijn om bloeddrukverlagende medicijnen te geven.

Behandeling met medicijnen bij pre-eclampsie
Als er sprake is van een hoge bloeddruk EN eiwit in de urine (bij een gewassen plas) noemen we dit pre-eclampsie. In dat geval is een opname in het ziekenhuis vaak noodzakelijk. De conditie van moeder en kind moeten erg goed in de gaten gehouden worden.
De bloeddruk wordt dan meerdere keren per dag gemeten. Je bloed wordt zeer regelmatig onderzocht waarbij gekeken wordt naar de lever- en nierfuncties en de bloedstolling. Je urine wordt gecontroleerd. Zowel de hoeveelheid als het eiwit in de urine. Verder worden er regelmatig hartfilmpjes gemaakt om de conditie van de baby te controleren en ook echo’s zullen regelmatig gemaakt worden.
Bij pre-eclampsie is het nodig om of de zwangerschap te beëindigen of de bloeddruk te proberen te verlagen met behulp van medicatie. Voor welke optie gekozen dient te worden, is afhankelijk van verschillende factoren.

  • Veel medicijnen mogen niet gebruikt worden in de zwangerschap omdat ze schadelijk kunnen zijn voor de baby.
  • Als de bloeddruk wordt verlaagd kan het als gevolg hebben dat de doorbloeding naar de baby slechter wordt doordat de doorbloeding van de placenta minder goed wordt.
  • Hoe ziek is de moeder.
  • Hoever is de zwangerschap gevorderd.

Uiteraard beslist je eigen gynaecoloog welke behandeling in jouw geval het beste is.

Als je minder dan 32 weken zwanger bent, zal zo snel mogelijk gestart worden met het geven van een middel (corticosteroïden) om de longen van de baby te laten rijpen. Longonrijpheid is immers een groot probleem als baby’s voor de 32ste week geboren moeten worden. Maar ook de hersenen en darmen van de baby zijn nog niet klaar voor een leven buiten de baarmoeder. Toch is er bij ernstige pre-eclampsie vaak geen keuze. De situatie kan levensbedreigend zijn voor zowel moeder als kind als de zwangerschap niet wordt beëindigd.

Als je minder dan 32 weken zwanger bent vindt er soms een overplaatsing naar een academisch ziekenhuis plaats omdat die de beste opvangmogelijkheden hebben voor veel te vroeg geboren baby’s.
Als de zwangerschap beëindigd moet worden, zal dit bijna altijd gebeuren door een keizersnede om de conditie van je kindje zo goed mogelijk te houden. Bovendien duurt een bevalling door een inleiding bij zo’n jonge zwangerschap vaak heel lang wat het risico voor moeder en kind verhoogt.
Als de zwangerschap verder gevorderd is en de conditie van de moeder niet al te slecht is, kan een bevalling wel middels een inleiding plaatsvinden.

Beëindigen van de zwangerschap
De enige behandeling waarbij de oorzaak van pre-eclampsie wordt aangepakt, is het verwijderen van de moederkoek uit het lichaam. Want als de moederkoek uit het lichaam is, is de bron die de verschijnselen van pre-eclampsie veroorzaakt, ook verdwenen. Het verwijderen van de moederkoek kan niet zonder dat de baby geboren wordt. Vaak is de enige behandelingsmogelijkheid het beëindigen van de zwangerschap. Dit kan bijvoorbeeld door inleiding met prostaglandine gel en/of een infuus met een weeënopwekkend middel of door een keizersnede. Wanneer pre-eclampsie heel vroeg in de zwangerschap optreedt, bijvoorbeeld voor de 28ste week, is zo'n kunstmatig opgewekte vroeggeboorte zeker niet zonder risico's voor de baby. Maar het langer verblijven in de baarmoeder kan ook problemen opleveren voor de baby, vanwege een mogelijk zuurstoftekort en een langdurend tekort aan voedingsstoffen. Ook kan het voorkomen dat er een gezondheidsrisico voor de moeder is, waarbij haar behandeling niet altijd in het belang van het kind hoeft te zijn. De beslissing die moet worden genomen berust dus vaak op tegenstrijdige belangen. Want wat het beste is voor de baby is weer niet altijd goed voor de moeder en omgekeerd. Daarom zal het wel of niet kiezen voor beëindigen van de zwangerschap veelal afhangen van het antwoord op vragen zoals:

  • Hoe ver is de zwangerschap gevorderd?
  • Hoe ziek is de moeder?
  • Hoe zwaar wordt de baby geschat?
  • Hoe is de gezondheid van de baby?
  • Wat is het risico voor moeder bij doorgaan van de zwangerschap.?
  • Wat is het risico voor de baby als die nu geboren wordt?
  • Wat is het risico voor de baby als die nu niet geboren wordt?
  • Wat kunnen er nog voor aan andere maatregelen worden getroffen om de risico's voor moeder en kind zo klein mogelijk te maken?

Het afwegen van deze vragen is een moeilijk proces dat voor ieder persoon en in iedere zwangerschap weer anders is. Heel vaak worden deze vragen door verschillende artsen samen opgelost. Vaak gebeurt dit in een team van gynaecologen (perinatologen) en kinderartsen (neonatologen) en andere specialisten zoals internist en anesthesioloog.

Bevorderen van de longrijpheid:
In die gevallen waar pre-eclampsie vroeg in de zwangerschap ernstige vormen aanneemt zal nogal eens besloten worden om de zwangerschap te beëindigen. In veel gevallen is dit ver voor de uitgerekende datum. De baby wordt dan dus te vroeg geboren. Daardoor zijn veel organen van de baby nog niet rijp. Dit is in het bijzonder het geval voor de longen, hersenen en darmen. Deze onrijpe organen zijn minder goed in staat om hun functie te vervullen. Dit kan voor de baby allerlei problemen veroorzaken. Door het geven van corticosteroïden aan de moeder, kan de rijpheid van de longen van de baby worden bevorderd. Dit geneesmiddel lijkt op een hormoon dat de baby zelf ook maakt. Hierdoor is de kans groter dat de baby na de geboorte zelfstandig kan ademen. Want vaak kunnen te vroeg geboren baby's door onvoldoende longrijpheid niet goed zelf ademen. Is dat het geval dan moet de baby kunstmatig beademd worden en waadoor weer andere problemen ontstaan. Het toedienen van deze middelen ter bevordering van de longrijpheid kunnen daardoor een belangrijke verbetering van de kansen van de te vroeg geboren baby betekenen. Indien deze medicijnen 48 uur voor de geboorte van het kind hebben kunnen inwerken dan is het gunstig effect op de longrijpheid vaak voldoende. Maar zelfs als deze injectie 12 uur voor de bevalling gegeven is er al een gunstig effect voor de baby mogelijk. Op dit ogenblik vindt er onderzoek plaats naar de vraag hoe vaak deze injecties toegediend moeten worden. Omdat deze onderzoeksresultaten nu nog niet voorhanden zijn, is het nog onduidelijk hoe lang en hoe vaak deze behandeling moet worden herhaald voor het beste resultaat.

Voorkomen van eclampsie
Bij ernstige vormen van pre-eclampsie kan de ziekte overgaan in eclampsie. Bij deze aandoeningen krijgt de vrouw stuipen zoals ook bij epilepsie voorkomen. Deze stuipen kunnen levensbedreigend zijn voor zowel moeder als kind. Daar waar een goede kwaliteit en bereikbaarheid van de gezondheidszorg voorhanden is, komt eclampsie niet vaak voor. Tekenen dat een vrouw stuipen kan krijgen zijn bijvoorbeeld: veel klachten hebben, heftige reacties op het opwekken van reflexen (zoals kniepeesreflex), sterk oplopende bloeddruk en ernstige afwijkingen bij laboratorium onderzoek. In het algemeen kan men stellen dat deze stuipen vrijwel alleen optreden bij de ernstige vormen van pre-eclampsie. Om deze stuipen te voorkomen kunnen geneesmiddelen worden toegediend die het doorgeven van prikkels van en naar de hersenen dempen. Meestal gebeurt dit met een infuus waarbij continu kleine hoeveelheden van het geneesmiddel in de bloedbaan worden gebracht. Het geneesmiddel, dat voor dit doel gebruikt wordt is meestal magnesiumsulfaat. De toediening kan gevaarlijk zijn als het risico van overdosering niet goed bewaakt wordt. Bijwerkingen van een te hoge dosis is een remming van de ademhaling, dubbelzien, sufheid en slikklachten. In het verleden werd vaak Valium® gegeven. Dit medicament is veilig en effectief, maar er zijn meer bijwerkingen zoals sufheid en slaperigheid. Een ander nadeel van valium is, dat er in ernstige mate sprake kan zijn van geheugenverlies tijdens de behandeling. Dit lijkt op zich niet zo erg, omdat de situatie waarin men verkeert verre van prettig is en men dit wellicht graag zou willen vergeten. Echter dit ontbrekende geheugen kan later aanleiding geven tot psychische klachten. Omdat het optreden van stuipen erg gevaarlijk kan zijn voor zowel moeder als kind is een behandeling, bij voorkeur met magnesiumsulfaat, ondanks de bijwerkingen in bepaalde gevallen toch noodzakelijk. Wanneer een zwangere vrouw toch stuipen krijgt, moeten deze geneesmiddelen liefst zo snel mogelijk alsnog, of soms in een hogere dosering gegeven worden om de aanval te laten stoppen en om herhaling te voorkomen. Tijdens de aanval van stuipen zelf is het vaak moeilijk om injecties of een infuus te geven omdat een vrouw die stuipen heeft, wilde, niet gecontroleerde, bewegingen maakt. In dit soort gevallen wordt in de acute fase soms een geneesmiddel als zetpil toegediend.

Behandeling van het HELLP syndroom.
Bij het HELLP syndroom is er sprake van een hoge bloeddruk (hoeft trouwens niet altijd), eiwit in de urine, dus gestoorde nierfuncties, gestoorde leverfuncties en een verhoogde afbraak van rode bloedcellen. Verder is er een tekort aan bloedplaatjes waardoor het bloed niet goed meer kan stollen. Het HELLP syndroom kan een levensbedreigende situatie geven voor moeder en kind. Opname in het ziekenhuis is dan ook absoluut noodzakelijk. Afhankelijk van hoe ver de zwangerschap gevorderd is en hoe ziek de moeder is, zal een behandeling worden ingesteld.
Als de zwangerschap ver genoeg gevorderd is en de moeder niet al te ziek is, zal vaak gekozen worden om de zwangerschap te beëindigen. Dit kan door middel van het inleiden van de bevalling of door een keizersnede. Ook dit is afhankelijk van hoe ziek de moeder is.
Soms is het niet mogelijk om op dat moment de zwangerschap te beëindigen, bijvoorbeeld omdat de moeder te ziek is. Is het aantal bloedplaatsjes bijvoorbeeld veel te laag, dan is een bevalling een zeer risicovolle onderneming. Het bloed kan immers niet goed stollen en het risico van teveel bloedverlies tijdens de bevalling (of dit nu een vaginale bevalling of een keizersnede is) is groot. In dat geval zal de conditie van de moeder eerst verbeterd moeten worden.

Treedt het HELLP syndroom vóór de 32ste week van de zwangerschap op, dan zal de gynaecoloog beoordelen wat de beste optie is; de zwangerschap proberen te verlengen of het kindje toch geboren laten worden.
Als de gynaecoloog vindt dat het kindje beter af is buiten te baarmoeder, of dat het doorgaan van de zwangerschap te riskant is voor de moeder, dan zal er gestart worden met het geven van een middel(corticosteroïden) om de longen van de baby te laten rijpen. Onrijpheid van de longen zorgt er voor dat de meeste baby’s die zo vroeg geboren worden zelf nog niet kunnen ademen. Door corticosteroïden toe te dienen, wordt de rijpheid van de longen bevorderd. Als een baby 48 uur voor de geboorte dit middel krijgt, heeft het vaak voldoende werking gehad om de baby na de geboorte zelfstandig te laten ademen. Maar ook als het middel maar 12 uur voor de geboorte wordt toegediend, heeft het nog een gunstig effect.
Daarnaast zijn deze baby’s vaak te klein omdat de doorbloeding van de placenta is verslechterd door de hoge bloeddruk en bijkomende problemen. Ook de darmen en het zenuwstelsel zijn nog niet voldoende ontwikkeld voor een leven buiten de baarmoeder. Maar soms is er gewoon geen keuze en moet de baby geboren worden. Als de zwangerschap nog niet tot 32 weken gevorderd is, gebeurt dit meestal met een keizersnede.

Lichamelijk gevolgen voor de moeder

De meeste vrouwen herstellen volledig na zwangerschapshypertensie, pre-eclampsie of het HELLP syndroom. Hoe zieker de vrouw was, hoe langer het herstel over het algemeen duurt. Dan hebben we het niet alleen over het lichamelijke herstel, maar vooral psychisch blijkt pre-eclampsie (of eclampsie) en HELLP er behoorlijk in te hakken.
Gemiddeld blijf je nog een paar dagen op de high care unit van het ziekenhuis. Vervolgens ga je naar de kraamafdeling en dan mag je na een paar dagen naar huis. Niet omdat je volledig hersteld bent, maar omdat ze in het ziekenhuis niets extra meer voor je kunnen doen.
Zorg ervoor dat er thuis hulp is. Niet alleen de eerste dagen, maar voor een langere periode. Je bent ernstig ziek geweest en je hebt rust nodig om hiervan te herstellen. Mocht je baby in het ziekenhuis liggen dan is het al erg druk voor je om iedere keer naar je kindje te gaan. Je bent nog maar net bevallen en eigenlijk zou je moeten rusten en genieten. Maar daar is bij jullie geen sprake van Je voelt je belabberd, je emoties staan volkomen op zijn kop en je hebt vaak angst om hoe het met je baby zal gaan. De zorg voor het huishouden en eventuele andere kinderen moet dan zo min mogelijk op jullie (jou en je partner) schouders terechtkomen. Mobiliseer dus zoveel mogelijk familie/vrienden om jullie te helpen.
Meestal houd je geen lichamelijke schade over aan pre-eclampie of het HELLP syndroom, maar het herstel kan lang duren. Je bent ernstig ziek geweest en je lichaam heeft een behoorlijke klap gekregen. Verwacht niet dat je binnen no-time alles weer zelf kunt en klachten vrij zult zijn.
Daarnaast zijn er vaak de zorgen over je baby, die, bij een te vroege geboorte, nog in het ziekenhuis ligt. Afhankelijk van hoeveel te vroeg je baby geboren is geeft dit veel stress en onrust. Dit bevordert de genezing van je eigen lichaam natuurlijk niet. Het volledige herstel duurt dan ook vaak vele maanden en soms nog langer.

Psychische gevolgen voor beide ouders

Pre-eclampsie, eclampsie of het HELLP syndroom hebben niet alleen lichamelijke gevolgen. Het is een zeer ernstig ziektebeeld waarbij het leven van zowel moeder als kind niet zelden in gevaar is. Veel vrouwen herinneren zich stukken niet. Ze zijn zo ziek dat ze niet meer bij het volle bewustzijn meemaken wat er allemaal gebeurt en hoe ernstig de situatie is. Voor de partner is dit natuurlijk anders. Die maakt alles bij het volle verstand mee en vaak is er de angst voor het leven van twee mensen die hem/haar zo lief zijn. Dingen gaan vaak heel snel als er sprake is van een plotseling verergerend beeld. In een heel korte tijd moeten er beslissingen worden genomen, veelal door de artsen, maar ook de partner wordt hierin gekend. In een mum van tijd kun je voor vragen komen te staan als moeten we de zwangerschap afbreken om zo het leven van je vrouw te redden, maar met de nodige risico’s voor je kind. Hoewel de artsen natuurlijk de beslissing nemen, sta je er als partner wel bij en word je erin gekend. Niet zelden zal er met spoed een keizersnede moeten plaatsvinden waarbij volledig narcose gebruikt moet worden. De partner mag dan niet mee naar de operatiekamer en moet lijdzaam afwachten wat er gebeurt. Dit alles zorgt ervoor dat ernstige pre-eclampsie of het HELLP syndroom niet alleen doorwerken op de psyche van de vrouw, maar dat ook de partner het nodige te verwerken krijgt.

De eerste dag (dagen) na de bevalling kunnen ook nog kritiek zijn voor de moeder, maar na een dag of wat is het gevaar voor haar geweken. Als je baby veel te vroeg geboren wordt blijft de angst over hoe het met hem/haar gaat. Niet zelden krijgen veel te vroeg geboren baby’s complicaties die ook weer voor de nodige stress en angst zorgen.

Vrouwen zijn vaak heel verdrietig over het feit dat ze bijvoorbeeld onder narcose bevallen zijn. Ze hebben de bevalling niet bewust meegemaakt en dat doet pijn en geeft een groot gemis van de eerste momenten met je baby.
Ook een verwijt naar je eigen lichaam komt vaak voor. Natuurlijk is dat niet terecht, maar daar trekt de psyche zich niets van aan. Het gevoel dat het lichaam gefaald heeft komt regelmatig bij vrouwen voor. Soms lukt het niet om borstvoeding te geven, gewoon omdat je nog zo ziek bent of omdat je baby veel te vroeg geboren is. Ook dat kan een gevoel van falen geven, maar natuurlijk ook het diepe gevoel van gemis. Je had je kindje zo graag aan de borst gehad en nu is dat je afgenomen.
Verder komt het besef van hoe ziek je geweest bent en hoe slecht het had kunnen aflopen meestal pas na het ontslag uit het ziekenhuis.

In het ziekenhuis gaat alles soms in vliegende vaart. Van een min of meer gezonde zwangere ben je ineens een ernstig zieke zwangere waarbij de zwangerschap beëindigd moet worden zonder dat je daar op voorbereid bent. Dit alles is zeer ingrijpend. De angst voor je eigen gezondheid en zeker ook voor die van je kindje zijn alles overheersend geweest. De tijd om dingen op een rijtje te zetten ontbreekt vaak. Beslissingen worden in zeer korte tijd genomen die ernstige consequenties kunnen hebben en waar je normaal gesproken samen lang en uitgebreid over zou willen praten. Nu kan dat niet. Dit heeft als gevolg dat het besef van alles wat er is gebeurd vaak veel later pas komt.

Praat er samen veel over, deel je angsten en gevoelens met elkaar. Ook voor de partner is het belangrijk dat hij zijn gevoelens uit. Houd je niet sterk voor de ander. Jullie hebben beiden iets heel ingrijpends meegemaakt en dat moet je samen proberen een plekje te geven.

Vooral als de baby ernstig ziek is, houden ouders zich vaak lang sterk. Zolang de stress en spanning hoogtij viert blijven beiden op de been. Maar zodra het beter gaat met de baby, of het kindje naar huis mag, storten zij in. Pas dan worden alle moeheid, angsten en onzekerheden toegelaten en knapt er iets wat je eerder op de been hielt. Probeer dit te voorkomen door ook tijdens de opname van je baby tussendoor voldoende rust te nemen en vooral veel met elkaar te praten.

Hulp van de omgeving is ook heel belangrijk. Veel mensen die nooit pre-eclampsie of het HELLP syndroom hebben meegemaakt, hebben geen idee wat het precies inhoudt en hoe ernstig de situatie kan zijn geweest. Neem informatie uit het ziekenhuis mee voor de ouders en naaste vrienden of print deze informatie uit. Zodat ze ook een beetje begrijpen wat jullie hebben meegemaakt en langer begrip zullen hebben voor moeheid, labiliteit en andere klachten.

Klachten die bij de vrouw lang kunnen aanhouden zijn: moeheid, duizeligheid, lusteloosheid, concentratieverlies, verminderd geheugen, maar ook allerlei andere dingen. Soms houden klachten jaren aan. Medisch gezien worden er dan geen afwijkingen meer gevonden, maar de combinatie van erg ziek geweest zijn, de angsten, stress, oververmoeidheid en ga zo maar door kunnen ervoor zorgen dat het heel lang duurt voordat je je weer de oude voelt.

Gevolgen voor de baby

Bij ernstige vormen van hoge bloeddruk, maar zeker ook bij pre-eclampsie en het HELLP syndroom, vermindert de werking van de placenta. De baby krijgt dus minder voedingsstoffen en zuurstof. Dit heeft als gevolg dat baby van moeders met zwangerschapshypertensie vaak een (forse) groeiachterstand heeft. Hoe langer de hoge bloeddruk heeft geduurd, hoe erger de groeiachterstand vaak is. Als de hoge bloeddruk pas aan het eind van de zwangerschap optreedt, zal een baby hier uiteraard veel minder onder lijden. Baby’s die na een langdurige hoge bloeddruk periode worden geboren, zijn dan ook vaak heel mager. We noemen dat dysmatuur. Als de baby na de geboorte voldoende voeding krijgt, herstelt zich dit weer vanzelf We zien wel dat dit soort kinderen vaak langere tijd blijven achterlopen in de groei ten opzichte van hun leeftijdgenootjes.

Zoals hierboven al beschreven, gaat de placenta minder goed werken en kan dit gevolgen hebben voor de zuurstofvoorziening van de baby. Een ongeboren baby kan vrij lang zonder goede voeding, maar zonder zuurstof kan een baby natuurlijk niet. Daarom wordt er bij ernstige hypertensie of pre-eclampsie zeer regelmatig een hartfilmpje van de baby gemaakt. We noemen dit een CTG (cardio toco gram). Een baby die het goed naar zijn zin heeft, heeft een variabele hartslag. Dat wil zeggen dat het varieert tussen ongeveer 110 en 160 slagen per minuut. Als een baby het minder goed naar zijn zin heeft, maar nog niet echt slecht, dan zie je dat de variatie uit het hartritme gaat. De hartslag is dan bijvoorbeeld bijna constant 120. Bij een baby waar het echt slecht mee gaat zie je dat de hartslag begint te dippen. De hartslag valt regelmatig terug naar bijvoorbeeld 60 om even later weer op te trekken naar een hogere waarde van bijvoorbeeld 100-120. Door zeer regelmatig CTG’s te maken wordt de conditie van de baby goed in de gaten gehouden.
Helaas komt het zeer regelmatig voor dat de baby het zo slecht doet dat hij geboren moet worden, of dat de conditie van de moeder zo verslechtert dat de baby geboren moet worden.
Als dit voor de 32 weken zwangerschap is zal de moeder worden overgeplaatst naar een ziekenhuis waar ze de beste zorg voor deze erg vroeg geboren baby’s kunnen leveren, de zogenaamde NICU. Er zijn 10 ziekenhuizen in Nederland met een NICU.

Ernstige hypertensie is levensbedreigend voor zowel moeder als kind. Als een baby in de baarmoeder langdurig voedseltekort heeft nemen de reserves af. Deze baby is minder goed bestand tegen dingen die niet goed gaan. Daarnaast is de navelstreng dunner bij baby’s met een groeiachterstand of bij een vroeggeboorte. Dit zorgt ook voor een extra risico op dichtdrukken van de navelstreng. Normaal zijn de vaten in de navelstreng omgeven door een dikke gelei, die beschermt tegen dichtdrukken. Bij baby’s in nood is deze gelei veel dunner. Vaak is er minder vruchtwater wat ook weer een verhoogd risico geeft op het dichtdrukken van de navelstreng. Als een navelstreng wordt dichtgedrukt, krijgt de baby helemaal geen zuurstof meer en lijdt dit niet zelden tot het overlijden van de baby.

Na de geboorte zijn de problemen afhankelijk van het tijdstip van geboren worden. Hoe verder de zwangerschap gevorderd was, hoe minder complicaties er over het algemeen zijn. Verder is het natuurlijk afhankelijk van hoe lang er al sprake is geweest van problemen met de bloeddruk en hoe ernstig de afwijking was.
Is een baby geboren na een korte periode van hoge bloeddruk en is er geen sprake geweest van pre eclampsie of HELLP syndroom, dan ondervinden deze baby’s meestal niet veel problemen.

Na een lange periode van pre-eclampsie worden veel te magere baby’s geboren. Ook al was de zwangerschap ver gevorderd, dan nog zie je dat deze kinderen minder weerstand hebben en dus vatbaarder zijn voor allerlei infecties.

Baby die echt veel te vroeg geboren zijn, hebben vaak problemen met ademhalen, niet zelden is beademing nodig wat weer risico’s op infecties geeft. Verder zijn de darmen niet voldoende ontwikkeld om voedsel op te nemen en de lever werkt vaak niet goed waardoor deze baby’s vaker geel zien. Behandeling onder de lamp is dan ook vaak nodig. Infecties vormen een grote bedreiging voor veel te vroeg geboren kinderen. Hun afweer is nog niet op orde en door de tekorten in de zwangerschap hebben ze sowieso weinig weerstand.

De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de gevolgen op de lange termijn voor de baby’s. Hieruit is gebleken dat het helaas zo is dat een aantal kinderen blijvende gevolgen overhoudt aan de tekorten die zij hebben ondervonden tijdens de zwangerschap. Zuurstoftekort kan schade aan de hersenen veroorzaken. Deze kunnen licht zijn en van voorbijgaande aard zoals sommige ontwikkelingsachterstanden. Maar ook blijvende schade zie je vaker bij deze kinderen. Zo zijn ze vatbaarder voor het krijgen van allergieën en voor het ontwikkelen van astma.

Een volgende zwangerschap

Uit een kleinschalig onderzoek kwam naar voren dat 34% van de vrouwen die het HELLP syndroom doormaakte een volgende zwangerschap niet aandurft.
Ook de partner is vaak erg bang en houdt een volgende zwangerschap vaak tegen. Het is ook niet niks als je hebt moeten ervaren dat je partners leven en dat van je kind in gevaar is.
De verwerking van de gebeurtenis speelt een belangrijke factor bij de beslissing of men een volgende zwangerschap wel of niet aandurft.
De kans op herhaling bedraagt ongeveer 15 tot 20%. Dit kan oplopen als er risicofactoren worden gevonden zoals een blijvende hoge bloeddruk (buiten de zwangerschap), stofwisselingsziekten, slechte werking van de nieren of verhoogde neiging tot trombose.
Een gesprek met je gynaecoloog is aan te raden als jullie nadenken over een volgende zwangerschap. Wellicht vind je arts het verstandig om uit voorzorg al medicatie te geven, of heeft hij andere belangrijke informatie die een beslissing om wel of niet opnieuw zwanger te worden, kan beïnvloeden. Na een ernstige vorm van pre-eclampsie of het doormaken van het HELLP syndroom is het altijd verstandig om vóór een volgende zwangerschap een afspraak te maken met de arts die je bij je vorige zwangerschap behandeld heeft.
Was er sprake van alleen zwangerschapshypertensie, dan mag je “gewoon”weer zwanger worden zonder overleg met je behandelend arts.

Meer informatie

www.stghellpsyndroom.nl Informatie van de Stichting HELPP syndroom, een patiëntenvereniging

Tijdschrift voor verloskundigen: februari 2001

Patiënten folder Hoge bloeddruk en zwangerschap NVOG
Universiteit van Maastricht, afdeling Obstetrie en Gynaecologie

The uteroplacental circulation in hypertensive disorders of pregnancy; Doppler ultrasound and histopathological studies 22 november 2000, Margriet Willemien Aardema, Rijksuniversiteit Groningen

The HELLP syndrome: clinical course, underlying disorders and long-term follow-up 1 oktober 1999, M.G. van Pampus, Vrije Universiteit Amsterdam

Bron: Sandra Vuik Copyright: Medic Info Datum: 18/05/2007
advertentie