Gezond leven
 
Levensfase
 
Medisch
 
Spreekuur
 
SlapenReizenVoedingMentaal fitBewegen en gezondheidAlternatieve geneeswijzenArbeid en gezondheidGezond gebitRoken, alcohol en drugsZwangerschapBaby'sKinderenJongerenVrouwenMannenSeniorenChronische ziektesHart - en vaatziektesMedische encyclopediePsychische AandoeningenGeneesmiddelenatlasBorstkankerAfasieArtroseAstmaDementieDepressieDiabetesHoge bloeddrukHoofdpijnIncontinentieLeven met een chronische ziekteMantelzorgRugpijnSporten met een beperkingVoedselallergieVraag het de deskundigeGa ik hiermee naar de dokter?Symptomen ScanHet virtuele consultatiebureau
 

Vitiligo

Tell a friendPagina afdrukken
 


Vitiligo is een huidaandoening die wordt gekenmerkt door witte vlekken op de huid. De naam vitiligo komt van het Griekse woord vitelius en verwijst naar de ‘witte vlekken van een kalf’. Vitiligo komt voor bij ongeveer twee procent van de wereldbevolking en ontstaat meestal tussen het twintigste en veertigste jaar. De aandoening komt even vaak voor bij mannen als vrouwen en de verschijnselen kunnen bij vrouwelijke patiënten, in het bijzonder tijdens de zwangerschap, verergeren.

Oorzaak

De oorzaak van vitiligo is onbekend. Mogelijk is de aandoening het gevolg van een stoornis in het afweersysteem waardoor afweereiwitten (antilichamen) worden gevormd die zich richten tegen de pigmentcellen (melanocyten) in de huid. Dit wordt een auto-immuunziekte genoemd. De pigmentcellen worden hierdoor vernietigd en het pigment dat de huidskleur bepaalt (melanine) kan niet meer worden aangemaakt waardoor witte vlekken ontstaan. Vitiligo komt vaker voor in combinatie met andere auto-immuunziekten, zoals suikerziekte, pernicieuze anemie, alopecia areata en een te traag of te snel werkende schildklier. Factoren als emotionele stress, ernstige ziekten, infecties, zonnebrand of verwondingen kunnen aanleiding geven tot de verschijnselen van vitiligo. De pigmentcellen kunnen tevens worden vernietigd door chemische stoffen, waardoor contact- of beroepsvitiligo kan ontstaan. In de meeste gevallen is een combinatie van erfelijke, afweergerelateerde en zenuwgerelateerde factoren verantwoordelijk voor het ontstaan van de verschijnselen. Vitiligo kan erfelijk zijn en in bepaalde families vaker voorkomen.
Bij vitiligo is sprake van verlies van melaninepigment dat eerder wel aanwezig was. Dit in tegenstelling tot albinisme, waarbij sinds de geboorte geen pigment in de huid voorkomt.

Verschijnselen


Vitiligo begint meestal met kalkachtig witte vlekken met scherpbegrensde randen die worden omgeven door normale huid. Deze vlekken kunnen rond, ovaal, lijnvormig of onregelmatig zijn en in grootte variëren van een paar millimeter tot een paar centimeter. Bij een lichte huid zijn de vlekken mogelijk minder opvallend, maar ze kunnen gemakkelijk worden onderscheiden bij onderzoek met een Wood-lamp of nadat de niet-getroffen huid door de zon gebruind is. Bij een donkere huid is het contrast vaak zeer opvallend. Meestal zijn er geen andere verschijnselen dan de witte vlekken, al kan er sprake zijn van jeuk. De rand rondom de vlekken kan roze en gezwollen zijn, waardoor het lijkt alsof er een ontsteking is. De witte vlekken treden meestal op in gebieden die normaal gesproken donker gekleurd zijn of worden blootgesteld aan de zon, zoals het gezicht, de handruggen, tepels, oksels, navel en schaamstreek. Vitiligo in het gezicht bestaat meestal uit witte vlekken rondom de ogen en mond. Wanneer vitiligo voorkomt op de ledematen, is dat meestal op de ellebogen, knieën, vingers, polsen en schenen. Op uitstekende botten en huid die meer aan druk en wrijving onderhevig is, ontstaat eerder vitiligo. Niet alleen de huid, maar ook de haren in de aangedane gebieden worden wit. Vitiligo van de hoofdhuid ziet eruit als een plaatselijke witte vlek met wit of grijs haar. Hierbij kunnen alle hoofdharen in het aangedane gebied ontkleurd zijn, maar het is ook mogelijk dat slechts enkele strengen geen pigment hebben, waardoor verspreid witte haren voorkomen.

Diagnose


De diagnose wordt gesteld op basis van de medische voorgeschiedenis, het verhaal van de patiënt en de verschijnselen. Tevens wordt een lichamelijk onderzoek verricht. De vlekken vallen vooral op bij een donkere huid. Bij een blanke of lichte huid kunnen de afwijkingen worden aangetoond met onderzoek onder een Wood-lamp. Een huidbiopsie kan de afwezigheid van pigmentcellen aantonen. Meestal worden tevens bloedonderzoeken uitgevoerd en worden de ogen onderzocht om te kijken of er afwijkingen zoals ontstekingen zijn.

Behandeling


Behandeling bestaat uit chemische middelen die reageren met ultraviolette stralen en op die manier ontkleurde huid donkerder maken. Het meest vaak worden psoralenen in combinatie met ultraviolet-A therapie (PUVA) toegepast. Psoraleen wordt met een wattenpropje aangebracht op de aangetaste huid en vervolgens wordt het gebied gedurende ongeveer een half uur aan zonlicht of door middel van een speciale lamp aan ultraviolette stralen blootgesteld. Hierna wordt psoraleen weer van de huid gewassen. Deze behandeling vindt twee- of driemaal per week plaats. Er kunnen bijwerkingen als blaarvorming en zonnebrand optreden op de behandelde huid.
Als deze behandeling geen effect heeft, worden psoralenen in tabletvorm gegeven. Na twee uur wordt de patiënt gedurende enkele minuten aan (zon)licht blootgesteld. Ook deze behandeling vindt twee- of driemaal per week plaats. Eventueel kan de duur van de blootstelling aan (zon)licht worden verhoogd.
Een behandeling met corticosteroïden is tevens mogelijk, deze zijn in het bijzonder nuttig wanneer ze in een vroeg stadium van de ziekte worden gegeven. Deze kunnen plaatselijk worden aangebracht of in tabletvorm of als injectie worden toegediend. Indien corticosteroïden geen effect hebben, wordt overgestapt op geneesmiddelen die het afweersysteem beïnvloeden.
Andere behandelmethoden zijn stimulering van de pigmentproductie en transplanteren van pigmentcellen nadat deze zijn gekweekt of vermeerderd in een laboratorium. Deze therapie verkeert echter nog in de experimentele fase en vindt nog niet routinematig plaats. Tevens kan de normale huid worden ontkleurd om deze gelijk te trekken met de kleur van de aangedane huid. Dit wordt aanbevolen in geval van uitgebreide vitiligo, waarbij meer dan de helft van het lichaamsoppervlak is aangetast. Aanvullende behandelig omvat het gebruik van zonnefilters en cosmetische producten als make-up, kleuroplossingen en zelfbruinende lotions die de afwijkingen maskeren. Zonnefilters kunnen verdere beschadiging van de huid voorkomen en verminderen tevens het bruin worden zodat het contrast tussen normale en ontkleurde huid beperkt blijft.
Operaties worden soms uitgevoerd wanneer de afwijkingen gedurende ten minste twee jaar niet zijn uitgebreid. Hierbij wordt de aangetaste huid weggesneden en vindt vervolgens transplantatie van normaal gekleurde huid plaats.
Algemene maatregelen omvatten geruststelling en emotionele steun. Patiënten krijgen voorlichting krijgen over het belang van het vermijden van verwondingen en irriterende middelen en het gebruik van zonnefilters. Bijkomende psychologische behandeling kan nodig zijn.

Meer informatie


Meer informatie over geneesmiddelen kunt u vinden in de Geneesmiddelenatlas .

Informatie van huidartsen
www.huidinfo.nl
www.huidziekten.nl
www.huidarts.com

Algemene informatie over vitiligo
www.merckmanual.nl

Foto’s van vitiligo
www.dermis.net

Informatie van de Vitiligo patiëntenvereniging
www.lvvp.nl



www.ncbi.nlm.nih.gov
Arroyo, M. P. and Tift, L. (2003), "Vitiligo therapy: where are we now?" J Drugs Dermatol, vol. 2, no. 4, August, pp. 404-408.

www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10626114?dopt=Abstract
Halder, R. M. and Young, C. M. (2000), "New and emerging therapies for vitiligo", Dermatol Clin, vol. 18, no. 1, January, pp. 79-89, ix.

www.ncbi.nlm.nih.gov
Hartmann, A., Brocker, E. B. and Becker, J. C. (2004), "Hypopigmentary skin disorders: current treatment options and future directions", Drugs, vol. 64, no. 1, pp. 89-107.

www.amjdermatopathology.com
Horn, T. D. and Abdulla, A. 1997,” Analysis of the Lymphocytic Infiltrate in a Case of Vitiligo”, American Journal of Dermatopathology, vol.19, no. 4, pp. 400-402.

www.ncbi.nlm.nih.gov
Jimbow, K. (1998), "Vitiligo. Therapeutic advances", Dermatol Clin, vol. 16, no. 2, April, pp. 399-407.

www.ncbi.nlm.nih.gov
Kemp, E. H., Waterman, E. A. and Weetman, A. P. (2001), "Autoimmune aspects of vitiligo", Autoimmunity, vol. 34, no. 1, pp. 65-77.


www.ncbi.nlm.nih.gov
K., Nola, I., Bucan, Z. et al. (2003), "Treatment of vitiligo: current methods and new approaches", Acta Dermatovenerol Croat, vol. 11, no. 3, pp. 163-170.

www.ncbi.nlm.nih.gov
KovacsS. O. (1998), "Vitiligo", J Am Acad Dermatol, vol. 38, no. 5 Pt 1, May, pp. 647-666; quiz 667-668.

www.ncbi.nlm.nih.gov
Le Poole, I. C., Wankowicz-Kalinska, A., van den Wijngaard, R. M. et al. (2004), "Autoimmune aspects of depigmentation in vitiligo", J Investig Dermatol Symp Proc, vol. 9, no. 1, January, pp. 68-72

www.ncbi.nlm.nih.gov
Mason P. J. (1997), "Vitiligo: the psychosocial effects", Medsurg Nurs, vol. 6, no. 4, August, pp. 216-218, 232.

http://www.niams.nih.gov/Health_Info/Vitiligo/default.asp
Niams (2001), Questions and Answers about Vitiligo, [Online], beschikbaar via:

www.ncbi.nlm.nih.gov
Njoo, M. D. and Westerhof, W. (2001), "Vitiligo. Pathogenesis and treatment", Am J Clin Dermatol, vol. 2, no. 3, pp. 167-181.

www.ncbi.nlm.nih.gov
Ongenae, K., Van Geel, N. and Naeyaert, J. M. (2003), "Evidence for an autoimmune pathogenesis of vitiligo", Pigment Cell Res, vol. 16, no. 2, April, pp. 90-100.

www.ncbi.nlm.nih.gov
Schwartz, R. A. and Janniger, C. K. (1997), "Vitiligo", Cutis, vol. 60, no. 5, Nov, pp. 239-244

www.ncbi.nlm.nih.gov
Silvan, M. (2004), "The psychological aspects of vitiligo", Cutis, vol. 73, no. 3, Mar, pp. 163-167.

www.ncbi.nlm.nih.gov
Tsukamoto, K., Osada, A., Kitamura, R. et al. (2002), "Approaches to repigmentation of vitiligo skin: new treatment with ultrasonic abrasion, seed-grafting and psoralen plus ultraviolet A therapy", Pigment Cell Res, vol. 15, no. 5, October, pp. 331-334.

www.ncbi.nlm.nih.gov
Yu, H. S. (2002), "Melanocyte destruction and repigmentation in vitiligo: a model for nerve cell damage and regrowth", J Biomed Sci, vol. 9, no. 6 Pt 2, November-December, pp. 564-73.

Boissy, R. E, Manga, P (2004), "On the etiology of contact/occupational vitiligo ",
Pigment Cell Res, vol. 17, no.3, pp. 208-214. (Engels)

Grimes, P. E. (1996), “Diseases of Hypopigmentation”, Sams, W. M. and Lynch, P. J. (eds), Principles and Practice of Dermatology, 2nd Ed, Churchill Livingstone, London. (Engels)

Mark, R. (1993), Roxburgh’s Common Skin Diseases, 16 ed, ELBS with Chapman and Hall, London. (Engels)

Ortonne, J. P (2003), Vitiligo and other Disorders of Hypopigmentation, Bolognia, J. L, Jrizzo, J. L. and Rapini, R. P. (eds) Dermatology, vol. 1, Mosby, London. (Engels)

Bron: Medicinfo Copyright: Medicinfo Datum: 02/12/2008