Hartinfarct - complicaties - Trombose van boezem of hartkamer |
|
Boezem- en hartkamertrombose
Trombose is de vorming van een bloedstolsel (trombus) in de slagaders, de aders of de verschillende ruimten van het hart. Van een bloedstolsel kunnen op den duur stukjes afbreken. Deze worden door de bloedstroom meegevoerd en komen vast te zitten in kleinere bloedvaten, gewoonlijk op een plek waar deze zich vertakken, zodat de bloedstroom geblokkeerd raakt (embolie). Trombo-embolie is een veel voorkomende complicatie bij verscheidene hartaandoeningen. Trombose kan optreden in de boezems, de hartoren (auriculae, dit zijn oorvormige uitstulpingen aan de boezems en de hartkamers.Hartritmestoornissen (aritmieën), een hartinfarct, kunstkleppen (prothesen), infectieziekten als reumatische hartaandoeningen, en hartfalen, zijn enkele veel voorkomende oorzaken van trombose in de boezems, de hartoren en de hartkamers.
Een bloedstolsel dat zich in het hart vormt en een hersenslagader blokkeert, kan tot een beroerte leiden, terwijl het een longembolie kan veroorzaken als het een longslagader afsluit.
Oorzaken
Boezemfibrilleren is de meest voorkomende oorzaak van stolselvorming (trombose) in de boezems van het hart. Boezemfibrilleren is een afwijking in het hartritme waarbij de boezems snel en onregelmatig samentrekken. De boezemwanden trekken onvoldoende samen, waardoor de bloedsomloop in de boezems trager wordt en zich trombi kunnen vormen. Patiënten met boezemfibrilleren die bovendien hoge bloeddruk hebben, of aan een klepaandoening of een aandoening van de kransslagaders lijden, lopen een verhoogd risico van trombose in de linkerboezem.Ook reumatische hartaandoeningen kunnen de oorzaak zijn van trombose in de verschillende ruimten van het hart. Aan de buitenkant van de kleppen ontstaan dan kleine knobbels (noduli), waar het bloed niet gelijkmatig langs kan stromen. Als gevolg daarvan wordt de bloedstroom onrustig, wat de vorming van bloedstolsels in de hand werkt en de oorzaak kan zijn van trombose in de verschillende ruimten van het hart.
Trombose in de linkerhartkamer is gewoonlijk het gevolg van een hartinfarct. Het hartoor in de linkerboezem kan trombose veroorzaken als er tegelijkertijd sprake is van een mitralisklepaandoening, bijvoorbeeld mitralisklepstenose (vernauwing van de mitralisklepopening).
Boezem-, hartoor- en hartkamertrombose als gevolg van behandelingen en onderzoeken
Boezem-, hartoor- en hartkamertrombose kunnen, in zeldzame gevallen, ook worden veroorzaakt door invasieve onderzoeken als hartkatheterisatie, waarbij een soepele, dunne buis in een bloedvat wordt ingebracht en naar het hart wordt geleid. Trombo-embolie in de boezems kan ook optreden als complicatie van cardioversie, een behandeling die veelal wordt toegepast bij hartritmestoornissen als boezemfibrilleren, en waarbij enkele stroomstoten op de borstkas worden toegediend. Nadat het normale sinusritme is hersteld, kunnen stukjes van een eventueel bloedstolsel afbreken. Kunstkleppen (prothesen) ter vervanging van aangetaste hartkleppen kunnen ook trombose in de verschillende ruimten van het hart teweegbrengen.Verschijnselen van boezem-, hartoor- en hartkamertrombose
Op zich hoeft trombose in de boezems, hartoren en hartkamers geen verschijnselen met zich mee te brengen. Als er verschijnselen optreden, zijn die het gevolg van het afbreken van stukjes bloedstolsel, die door de bloedstroom worden meegevoerd en vast komen te zitten in een slagader. Deze raakt dan geblokkeerd, wat bijvoorbeeld een beroerte of een longembolie kan veroorzaken. Bloedstolsels afkomstig uit de boezems als gevolg van boezemfibrilleren behoren tot de meest voorkomende oorzaken van een beroerte.De verschijnselen van een longembolie zijn onder meer ademnood, pijn op de borst en het ophoesten van bloed (haemoptoe).
Diagnose van boezem-, hartoor- en hartkamertrombose
Bij de diagnose van boezem-, hartoor- en hartkamertrombose spelen de medische voorgeschiedenis en een lichamelijk onderzoek van de patiënt een belangrijke rol. Elektrocardiografie (ECG) is nodig om de veranderingen op te sporen die boezemfibrilleren in het prikkelgeleidingssysteem van het hart heeft veroorzaakt. Echocardiografie helpt bloedstolsels in de verschillende ruimten van het hart in beeld te brengen. Uit recent onderzoek is gebleken dat slokdarmechocardiografie bijzonder geschikt is om stolselvorming in het hartoor van de linkerboezem aan het licht te brengen. Omdat bloedstolsels in de boezems een beroerte kunnen veroorzaken als een patiënt cardioversie ondergaat, moeten eventuele stolsels, voorafgaand hieraan, met behulp van bijvoorbeeld slokdarmechocardiografie opgespoord worden. Slokdarmechocardiografie helpt bloedstolsels in een vroeg stadium aan te licht te brengen, waardoor het risico van een beroerte wordt beperkt bij patiënten met boezemfibrillatie.Behandeling van boezem-, hartoor- en hartkamertrombose
Ter behandeling van boezem-, hartoor- en hartkamertrombose worden meestal antistollingsmiddelen (anticoagulantia) gegeven. Anticoagulantia zijn middelen die stolselvorming tegengaan. Ook kunnen middelen worden voorgeschreven die het samenklonteren van trombocyten tegengaan (bijvoorbeeld aspirineachtige middelen).Het voorgeschreven type en de dosis anticoagulantia verschillen per patiënt. De leeftijd en het gewicht, evenals een eventueel eerder doorstane trombo-embolie spelen hierbij een rol. Er moet ook rekening worden gehouden met eventueel achterliggende aandoeningen, zoals hartritmestoornissen, reumatische hartaandoeningen, hartfalen en maagklachten.
Risico's van anticoagulantia
De meest gebruikelijke risico's verbonden aan het gebruik van anticoagulantia - met name gedurende de eerste maand - zijn bloedingen, onder meer in de darmen, de urinewegen en de mond- en keelholte. Zulke bloedingen kunnen vooral optreden bij ouderen en bij patiënten met hart-, nier- of leveraandoeningen. Het risico op bloedingen tijdens anticoagulantiagebruik is ook verhoogd bij overmatig alcoholgebruik, verhoogde bloeddruk en eerdere darmbloedingen. Het risico van bloedingen door het gebruik van anticoagulantia kan echter worden beperkt door zorgvuldige begeleiding door de trombosedienst, waarbij het bloed van de patiënt geregeld wordt onderzocht, zodat men steeds kan bepalen hoeveel antistolling iemand nodig heeft.Complicaties van boezem-, hartoor- en hartkamertrombose
Een beroerte is een ernstige en soms levensbedreigende complicatie van boezem-, hartoor- en hartkamertrombose. Een snelle diagnose en onmiddellijke behandeling zijn nodig omdat de schade aan de hersenen slechter herstelt naarmate de bloedtoevoer naar dit orgaan langer geheel of gedeeltelijk geblokkeerd is geweest. Patiënten met boezemfibrilleren lopen een groot risico van een beroerte als gevolg van trombose in het hart. Een longembolie is een andere ernstige complicatie van trombose in de verschillende ruimten van het hart.Meer informatie
Informatie over trombose, embolie en infarctenwww.trombose.nl
'Cardiogenic Brain Embolism. Cerebral Embolism Task Force', Archives ofNeurology, 1986 Jan, vol. 43, no.1, pp. 71-84.
Celik, S., Baykan, M., Erdol, C., et al, 2001, 'C-Reactive protein as a risk factor for left ventricular thrombus in patients with acute myocardial infarction', ClinicalCardiology, Sept. vol. 24. No. 9, pp. 615-9.
Celik, S., Baykan, M., Orem, C., et al, 200), 'Serum lipoprotein(a) and its relation to left ventricular thrombus in patients with acute myocardial infarction', Japanese HeartJournal, Jan. vol. 42, no. 1, pp. 5-14.
Chapoutot, L., Nazeyrollas, P., Metz, D., 1996, 'Floating right heart thrombi and pulmonary embolism: diagnosis, outcome and therapeutic management', Cardiology, Mar.-Apr. vol. 87, no. 2, pp. 169-74.
Crawford, M.H., DiMarco, J.P., 2001, Cardiology, Mosby International Ltd, London.
Hardman, S.M.C., Cowie, M.R., 1999 'Clinical review Fortnightly review Anticoagulation in heart disease', British Medical Journal, (23 January), vol. 318, pp. 238-244.
Khan, G.N., Dairywala, I.T., Liu, Z., et al, 2001 'Three-dimensional echocardiography of left atrial appendage thrombus', Echocardiography, Feb. vol. 18, no. 2, pp. 163-6.
Labeque, J.N., Laffort, P., Lafitte, S., et al, 2000, 'Treatment of left atrial thrombosis by low-molecular-weight heparin. A preliminary study of 6 cases', Archives desMaladies du Coeur et des Vaisseaux, Dec. vol. 93, no. 12, pp. 1528-33.
Rosenzweig, B.P., Katz, E., Kort, S., et al, 'Thromboembolus from a ligated left atrial appendage', J. Am. Soc. Echocardiogr. 2001 May, 14(5): 396-8.
Vuille, C., Urban, P., Jolliet, P., et al, 1993 'Thrombosis of the right auricle in pulmonary embolism: value of echocardiography and indications for thrombolysis', Schweiz Med. Wochenschr. Oct. 16, vol. 123, no. 41, pp. 1945-50.
| Bron: LSHTM | Copyright: Medic Info | Datum: 21/04/2005 |


