Longembolie |
|
Inleiding
Een longembolie treedt op als een longslagader wordt afgesloten door stukjes bloedstolsel (trombus). Stolsels vormen zich gewoonlijk in de aders van de onderste helft van het lichaam (diepe veneuze trombose) en worden door de bloedstroom in de grote holle aders (venae cavae) naar het hart meegevoerd. Van daaruit vervolgen ze hun weg naar de longen. Dergelijke stolsels kunnen de bloedstroom naar (een deel van) een long volledig afsluiten. Het komt ook voor dat de bloedstroom naar beide longen tegelijk geheel of gedeeltelijk wordt afgesloten. Een longembolie kan ernstige, levensbedreigende gevolgen hebben en daarom zijn een snelle diagnose en onmiddellijk medisch ingrijpen nodig. Een longembolie treedt veelal op bij patiënten die lange tijd bedlegerig zijn en bij patiënten die een ingrijpende operatie hebben ondergaan.Oorzaken van een longembolie
Stolselvorming (diepe veneuze trombose) in de beenaders, de aders in het bekken en de buikholte, de onderste holle ader en in het hart, is een veel voorkomende oorzaak van een longembolie. Trombose kan het gevolg zijn van een trage bloedstroom, letsel aan een ader of een verhoogde stollingsgraad van het bloed (hypercoagulabiliteit).Risicofactoren
Factoren die een verhoogd risico van een longembolie met zich meebrengen, zijn onder meer langdurige bedrust (immobilisatie), een buikoperatie, been- en heupfracturen, zwangerschap, hartfalen, hartritmestoornissen, en roken.Verschijnselen van een longembolie
De diagnose van een longembolie is vaak lastig te stellen omdat de verschijnselen kunnen variëren van griepklachten tot symptomen die aan een hartstoornis doen denken. B Benauwdheid, pijn op de borst en bewustzijnsverlies zijn de meest voorkomende verschijnselen van een longembolie. In enkele gevallen is er sprake van bloed ophoesten (haemoptoe). Patiënten met een zware longembolie worden bleek, transpireren overmatig en hun ademhaling is sterk versneld.Diagnose van een longembolie
Thoraxfoto's en elektrocardiografie (ECG) zijn nuttige onderzoeken om andere longaandoeningen met vergelijkbare verschijnselen uit te sluiten. Het kan nodig zijn het bloed te onderzoeken om het gehalte aan zuurstof en kooldioxide te bepalen en om na te gaan of de samenstelling van het bloed is veranderd. Een longperfusiescan gekoppeld aan een ventilatiescan is een veel toegepaste methode om een longembolie te diagnosticeren. Met behulp van radioactieve stoffen wordt de bloedstroom en de luchtstroom in de longen zichtbaar op röntgenfoto's. Dopplerechografie is nodig voor het opsporen van een eventueel bloedstolsel in de been-, buik- of bekkenaders als mogelijke oorzaak van de embolie. Bij patiënten van wie de toestand stabiel is, kan longangiografie helpen na te gaan waar de bloedstroom in een longslagader is afgesneden. Zijn de symptomen ernstig, dan is echocardiografie de eerst vereiste diagnostische procedure. Dit onderzoek helpt bij de opsporing van grote bloedstolsels die zijn komen vast te zitten (emboli). Met behulp van computertomografie (CT-scan) kunnen kleine emboli aan het licht gebracht worden en dit onderzoek helpt tevens bij het stellen van een definitieve diagnose.Behandeling van een longembolie
Als medicijnen kunnen middelen worden voorgeschreven die stolselvorming voorkomen of het risico ervan verminderen (anticoagulantia), en of middelen die bloedstolsels oplossen (thrombolytica). De uitkomst van de diagnostische procedures en de eventuele aanwezigheid van een bloedstolsel (trombus) elders in het lichaam bepalen de keuze tussen anticoagulantia en thrombolytica. In de meeste gevallen wordt begonnen met heparine injecties, gevolgd door anticoagulantia in tabletvorm. Middelen als streptokinase, urokinase en weefselplasminogeenactivator (tPA) behoren tot de meest voorgeschreven thrombolytica en worden per injectie toegediend. Het bloedstolsel dat is vast komen te zitten (embolus) wordt zelden operatief verwijderd, maar zo'n operatie kan nodig zijn als de bloedcirculatie ernstig is belemmerd.Meer informatie
Informatie van de Hartstichtingwww.hartstichting.nl
Informatie over trombose, embolie en infarct
www.trombose.nl
Camm, A.J. (1999), Cardiovascular disease, in: Kumar, P. & Clark, M. (eds), Clinical Medicine, 4th Ed, Harcourt Publishers Limited, Edinburgh, London.
Murie, J.A. (2000), Arterial disorders, in: Russell, R.C.G., Williams, N.S. & Bulstrode, C.J.K. (eds), Bailey & Love's Short Practice of Surgery, 23rd ed, Arnold, London.
Van Beek, E. J., Brouwerst, E .M., Song, B., et al, (2001)"Clinical validity of a normal pulmonary angiogram in patients with suspected pulmonary embolism--a critical review," Clinical Radiology, Oct, vol. 56, no. 10, pp. 838-42.
Fennerty, T., (1997), "Clinical review. Fortnightly review : the diagnosis of pulmonary embolism," British Medical Journal, (8 February), vol.314, no. 425.
Fennerty, T., (1998), "Editorial, Pulmonary embolism" British Medical Journal, ( 11 July ), vol. 317, pp. 91-92.
| Bron: LSHTM | Copyright: Medic Info | Datum: 21/04/2005 |


