Longembolie

Inleiding

Een longembolie ontstaat wanneer een of meer slagaders in de longen afgesloten raken door een bloedstolsel. Het stolsel komt meestal van een trombose in het been. Het wordt door het bloed meegenomen via de holle ader en het hart en komt zo in de longen terecht. 

Trombose is de vorming van een bloedstolsel (trombus) in een bloedvat. Stukjes van zo'n stolsel kunnen afbreken, door de bloedstroom worden meegevoerd en in kleinere bloedvaten vast komen te zitten. Hierdoor wordt de bloedtoevoer afgesneden. In dat geval spreken we van een embolie. Trombose en embolie kunnen zowel in slagaders als in aders voorkomen. 

Door een longembolie krijgt (een deel van) de long geen bloed meer. Hierdoor komt er onvoldoende zuurstof in het bloed. Dit leidt tot klachten als kortademigheid of pijn bij het ademhalen. Een longembolie is een levensbedreigende aandoening. Daarom is het belangrijk dat het snel wordt vastgesteld en meteen wordt behandeld. 

Een longembolie treedt vaak op bij mensen die lange tijd bedlegerig zijn en bij mensen die een ingrijpende operatie hebben ondergaan.

Opmerking:

Oorzaken longembolie

Een longembolie is dus vrijwel altijd een ernstige complicatie van stolselvorming in de beenaders (diepe veneuze trombose). Ook trombose in het bekken, buik of armen kan leiden tot een longembolie. De oorzaken van een embolie hangen samen met de oorzaken van trombose.

Een trombose kan drie oorzaken hebben:

  • Als het bloed trager stroomt (bijvoorbeeld doordat iemand bedlegerig is).
  • Als het bloed sneller stolt (bijvoorbeeld door een stollingsziekte).
  • Als er beschadigingen zijn aan de wand van een bloedvat (bijvoorbeeld door roken).

 Er zijn nog andere oorzaken voor een longembolie, maar deze komen veel minder voor:

  • Luchtembolie
    Er kan per ongeluk lucht in de aders terechtkomen als een medicijn of vloeistof met een injectie of infuus wordt toegediend. De luchtbel kan via het hart in de longslagaders terecht komen en zo een luchtembolie veroorzaken. Soms komt een luchtembolie voor als complicatie van een medisch onderzoek. Zoals het inbrengen van een katheter via een ader.

  • Vetembolie
    Een vetembolie kan ontstaan als complicatie bij breuken van het boven- of onderbeen. Of als complicatie bij een knie- of heupoperatie. Vet uit het beenmerg verspreidt zich dan via de bloedbaan.
Opmerking:

Risicofactoren

Verschillende factoren leiden tot een verhoogd risico op trombose en longembolie:
  • In het verleden een DVT of longembolie hebben gehad.
  • Verminderd mobiel zijn (langdurige bedrust, afhankelijk zijn van een rolstoel, gips om het been hebben, lange vlieg- of busreizen).
  • Operaties (vooral aan de buik, knieën en heupen). 
  • Trauma van het been. 
  • Het gebruik van hormonen (met name oestrogenen in bijvoorbeeld de anticonceptiepil).
  • Roken.
  • Diabetes.
  • Zwangerschap/kraamperiode.
  • Familiaire aanleg voor stollingsproblemen.
  • Trombofilie.
  • Kanker. 
  • Hartritmestoornissen.
  • Ouder worden.
  • Overgewicht. 
Opmerking:

Symptomen longembolie

De symptomen van longembolie zijn afhankelijk van de grootte van de embolie en de plaats waar het longvat afgesloten wordt.

Symptomen die voor kunnen komen:

  • Benauwdheid.
  • Pijn op de borst, die samenhangt met de ademhaling.
  • Duizeligheid.
  • Flauwvallen.
  • Hoesten waarbij bloed wordt opgegeven.
  • Zweten.
  • Bleek zien.
  • Koorts.
  • Hartkloppingen.
  • Een grieperig gevoel.
  • Bij een grote longembolie: plots bewustzijnsverlies en daling van de bloeddruk.
  • Symptomen van een trombosebeen (dik, pijnlijk, glanzend been).
Opmerking:

Diagnose

Het is vaak lastig voor een arts om de diagnose longembolie te stellen. De klachten en afwijkingen bij het lichamelijk onderzoek zijn vaak niet typisch. Ze kunnen ook passen bij bijvoorbeeld een griep, een longontsteking of een hartaandoening.

Als er een vermoeden op een longembolie bestaat, kan door middel van een korte vragenlijst een risico-inschatting worden gemaakt. Bij een laag risico op een longembolie zal de huisarts op dezelfde dag een bloedonderzoek aanvragen (D-dimeerbepaling).

Bij een hoog risico op een longembolie zal de patiënt voor verder onderzoek worden verwezen naar een internist of longarts. Er zal dan ook een bloedonderzoek volgen en er zullen longfoto’s en een hartfilmpje (ECG) worden gemaakt. Hiermee is een longembolie niet met zekerheid vast te stellen, maar kan het wel meer aannemelijk worden gemaakt. Ook kunnen mogelijk andere oorzaken van de klachten worden aangetoond. Verder kan een arts een echo van de beenvaten maken om een trombose op te sporen.

Een longembolie is wel te zien met een CT-scan van de longen. Ook kan een arts een zogenoemde perfusiescan doen. Hierbij wordt de doorbloeding van de longen met radioactieve stoffen in beeld gebracht. Soms is een bloedvatonderzoek (angiografie) nodig.
Opmerking:

Behandeling longembolie

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een operatie in de acute fase geen meerwaarde heeft. Behandeling met medicijnen is de eerste keuze.

Behandeling met medicijnen
Het gaat dan om een combinatie van medicijnen:
  • Medicijnen die aangroei van het stolsel voorkomen (heparine-achtige middelen). Deze worden voor een korte periode (5 tot 7 dagen) voorgeschreven. Deze middelen worden onder de huid gespoten.

  • Medicijnen die voorkomen dat nieuwe stolsels ontstaan (anticoagulantia). Bij deze tabletten is regelmatig controle bij de trombosedienst nodig. Deze medicijnen worden na een longembolie minimaal een half jaar gegeven. Soms moeten mensen ze levenslang innemen.

  • Bij een grote, levensbedreigende longembolie wordt ook wel een infuus gegeven met middelen die het stolsel oplossen (trombolytica). De kans op ernstige bloedingen is dan wel groter.

Behandeling met een operatie
Heel soms is een operatie nodig. Dit wordt gedaan bij een chronische longembolie, waardoor ook het hart uiteindelijk overbelast raakt. Deze operatie is vergelijkbaar met een openhartoperatie. Een hart-longmachine neemt hierbij tijdelijk de functie van het hart en de longen over. Samen met het stolsel wordt de binnenwandbekleding van de longslagader weggenomen.

Behandeling met vena cavafilter
Een vena cavafilter is een soort zeefje dat in de holle ader (vena cava) wordt ingebracht. Met deze behandeling worden stolsels weggefilterd. Zo kan een longembolie worden voorkomen. Maar een filter kan ook trombose stimuleren. Deze behandeling wordt daarom uiterst zelden gedaan. Het wordt alleen ingezet als iemand absoluut niet in aanmerking komt voor bovenstaande medicijnen.
Opmerking:

Complicaties

Aan een grote of massale longembolie kunnen mensen snel sterven. Soms kunnen meerdere kleine, chronische longembolieën leiden tot een verhoogde druk in de longen. Dit wordt pulmonale hypertensie genoemd. Dit leidt weer tot een verhoogde belasting van het hart.
Opmerking:

Voorzorgsmaatregelen lomgembolie

Het voorkomen van trombose helpt ook een longembolie voorkomen. Hierbij helpen de volgende tips:
  • Beweeg de benen regelmatig of loop af en toe een stukje tijdens lange vliegreizen en autoritten, en andere situaties waarbij iemand langdurig in dezelfde houding zit of ligt.
  • Sta na een operatie zo snel mogelijk weer op. Loop regelmatig een stukje of zorg voor andere lichamelijke activiteit.
Soms worden pati├źnten preventief behandeld met antistollingsmiddelen. Het gaat dan om mensen die langdurig in bed moeten blijven of een bepaalde operatie hebben ondergaan. Mensen met terugkerende trombose of longembolie├źn moeten mogelijk de rest van hun leven antistollingsmiddelen innemen.
Opmerking:

Belangrijke bronnen

Informatie van de Trombosestichting over longembolie
www.trombosestichting.nl/trombose/klachten-en-symptomen/verschijnselen-longembolie.html

Informatie van het Nederlands Huisartsengenootschap over DVT en longembolie
www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-diepe-veneuze-trombose-en-longembolie#Anamnese

Opmerking: